De Ademdief – Derde hoofdstuk

QUINN

Beneden klinkt gejoel en het gekling van proostende glazen. Ik weet dat ze feest vieren omdat we weer een stapje dichterbij de uiteindelijke overwinning zijn gekomen. De machtigste Ademdief van het noordelijk halfrond is dood, maar twee van ons hebben het wel met hun eigen leven moeten bekopen. Voor Horatius en Rufus staan er glaasjes met whisky klaar, hoewel zij er niet meer zijn om het op te drinken. Ze staan symbool voor de oneindige heksenjacht die ons leven kenmerkt en voor de herinnering aan het feit dat onze levens in gevaar zijn zolang er wezens zoals zij rondlopen. Als we de vloek willen verbreken, moeten we ze doden. Alleen dan zal hun magie verdwijnen en zijn we vrij.

Lucius is zojuist omhooggekomen om te vragen waar ik blijf. Ik heb hem afgewimpeld door te zeggen dat het meisje me vanavond verzwakt heeft, en dat ik moet slapen om krachten op te doen voor morgen.

Maar dat is niet waar. Het is mijn schuld dat het meisje de kans kreeg de lucht uit mijn longen te zuigen. Waarom moest ik er ook zo nodig een spelletje van maken? Als ik meteen een pijl in haar hart had geschoten, was het nooit zover gekomen. Toen haar gezicht oplichtte, was het alsof er vlammetjes in haar ogen dansten. Alles om haar heen kreeg een gouden gloed, alsof ter plekke in die vieze voorraadschuur de zon opkwam, terwijl die al lang onder was. Alsof Apulu zelf tegenover me stond.

Die aanblik beroofde me van mijn gezonde verstand, waardoor ik mijn boog liet zakken en ze mijn adem kon stelen. Ik heb geen idee waarom ze ermee stopte, en ik had van dat moment gebruik kunnen maken door haar alsnog te doden, maar ik kon het niet. Als het Licht van Apulu in haar huist, hoe kan ik haar dan ooit vernietigen? Iedereen weet dat alles wat met Artames te maken heeft, verboden terrein is wat betreft de Jacht. Tot nu toe waren alle Ademdieven min of meer mensen geweest met een uitzonderlijke gave. Niet iedereen sloeg op de vlucht. Sommigen wachtten ons op en probeerden ons in een hinderlaag te lokken, maar wij zijn te goed getraind voor dat soort trucjes.

Nog nooit heeft de tweelingbroer van Artames zich met de strijd bemoeid. Waarom heeft hij dit dan vanavond wel gedaan? En waarom heeft hij hún kant gekozen, terwijl hij weet dat wij degenen zijn die gebukt gaan onder een eeuwenoude vloek?

‘Hé gast, ben je nog wakker?’ vraagt Lucius een paar uur later, wanneer ik nog steeds piekerend naar het plafond lig te staren. Hij trekt zijn zwarte uniform uit en pakt een schoon T-shirt uit de kast. Vervolgens gaat hij op zijn zij in het bed naast het mijne liggen en kijkt me bezorgd aan. ‘Hoeveel lucht heeft ze van je gestolen, man? Je lijkt wel een zombie.’

Ik doe een poging om te grijnzen, maar mijn lippen willen niet meewerken. In plaats daarvan ga ik op mijn rug liggen en vouw mijn handen onder mijn hoofd. ‘Luce, ik denk dat we een probleem hebben.’

Lucius grinnikt, haalt een balletje onder zijn kussen vandaan, gooit hem omhoog en vangt hem weer op. ‘We hebben altijd problemen, Quinn. Sterker nog: we zoeken ze op.’

‘Ik meen het. Apulu bemoeit zich ermee. Ik heb het met eigen ogen gezien.’

Lucius is even stil, maar het duurt niet lang of het balletje vliegt weer omhoog. ‘Hoe ver was je heen voordat je hem zag? Bijna dood? Apulu weet wel beter dan zich tegen zijn eigen tweelingzus te keren. Toen Artames door zijn toedoen Orion verloor, heeft ze hem duizend jaar lang niet meer aangekeken. En geloof me, zelfs voor goden is duizend jaar een lange tijd.’

‘Waarom heb ik hem dan gezien vóórdat dat meisje mijn adem stal? Ze gaf lícht, man, alsof ik verblind werd door de fucking zon.’

‘Wacht.’ Lucius vangt het balletje op en gaat rechtop zitten. ‘Wil je zeggen dat het Licht van Apulu door een Ádemdief stroomt?’

Zoals Lucius het zegt, klinkt het eigenlijk best stom. Hoewel ik er zelf getuige van was, begin ik nu toch wel een beetje te twijfelen. Stel dat ik het me allemaal verbeeld heb? Stel dat het meisje, behalve Ademdief, ook nog een Manipulator is? Stel dat ze in mijn hoofd is geweest en precies wist hoe ze me moest manipuleren en beïnvloeden?

Lucius legt zijn grote hand op mijn schouder. ‘Hoe dan ook, als je maar niet vergeet waarom we dit doen. Denk aan onze broers en zussen, aan onze ouders die we nauwelijks gekend hebben. Uiteindelijk zal de vloek verbroken moeten worden en dat kan maar op één manier.’

Met een diepe zucht ga ik op mijn zij liggen en trek de dekens strak om me heen. Lucius heeft gelijk. We mogen ons niet laten afleiden. Het was verkeerd om dat meisje te laten gaan. Ze zal op de vlucht slaan, een andere naam aannemen, en we kunnen weer van voren af aan beginnen met onze zoektocht. Hoewel… Lucius zei eerder vanavond dat we een aanwijzing hebben. Morgen gaan we kijken of het de moeite waard is. Misschien is het opnieuw een dood spoor, zoals zo vaak, maar misschien ook niet. Misschien hebben we dit keer geluk en vinden we haar terug.

De maan schijnt door de ramen van het vakantiehuisje, en zoals gewoonlijk breng ik mijn rechtervuist – die waar de tattoo op zit – naar mijn hart. Terwijl ik Artames een goedenacht wens, neem ik me voor om de volgende keer dat ik de Ademdief zie, niet meer te aarzelen. Hoeveel vuur er ook in haar ogen ronddanst, hoeveel licht ze ook uitstraalt, ik mag me niet meer laten afleiden door het Licht dat ze me bewust of onbewust laat zien. In plaats daarvan denk ik aan mijn broers Leo en Victor, die net als ik onverschrokken Jagers waren. Ik weet dat iedereen ons harteloos noemt, meedogenloos. Maar dat zijn we alleen omdat de omstandigheden dat van ons verlangen. Ik wil niet zo zijn, maar ik moet wel. Die keus is al lang geleden voor mij gemaakt.