Boekpresentatie Hart van Glas bij Westerhof in Zwolle op 10 februari 2018

10 februari is het zover! Dan presenteer ik bij Boekhandel Westerhof mijn debuut ‘Hart van Glas’, het eerste deel van de GAIA-trilogie! Spannend natuurlijk, maar vooral ontzettend leuk. Ik ben zo benieuwd of jullie net zo van Hester en Siem gaan genieten als ik nog steeds doe, zelfs na tig leesrondes.

Maar ik doe het niet alleen. Ook ‘Onzuiver’, geschreven door Sarah Dalton en vertaald door Olga Hoekstra zal worden gepresenteerd. Daarnaast zal Jen Minkman van Dutch Venture Publishing een workshop geven over hoe je een begin maakt met het schrijven van een boek.

Redenen genoeg dus om gezellig langs te komen! Dus neem al je vrienden/vriendinnen/familie mee en heet samen met mij Hester en Siem welkom in de echte wereld! Ik kijk ernaar uit!

Liefs en hopelijk tot 10 februari,
Miranda

Afleiding

Het was vrijdagochtend, de laatste dag voor de kerstvakantie. De kinderen waren naar school en ik zat gewapend met koffie achter mijn laptop. Ik had bedacht dat ik deze ochtend alleen eens even goed zou benutten. Ik wilde een kort verhaal herschrijven en de opmerkingen van proeflezers voor Hart van Smaragd verwerken. Dat lijkt op zich niet zo moeilijk. Gewoon gaan zitten en gaan met die banaan. Maar toch.

Mijn telefoon lag naast me, geluidloos, zodat ik niet steeds afgeleid zou worden door piepende berichtjes. Maar ik had net zo goed het geluid aan kunnen zetten, want nu checkte ik om de haverklap óf er überhaupt appjes, facebookberichten of mailtjes waren. Best irritant eigenlijk, want meestal is er helemaal geen nieuws. Of niet in die mate dat het interessant genoeg is om het meteen te lezen. De meeste dingen kunnen echt wel even wachten.

En toch bewoog mijn arm automatisch steeds opnieuw in de richting van mijn telefoon, bang om iets te missen. Waarom doe ik dat toch steeds? Waarom is die drang zo groot dat het me afleidt van dingen die echt belangrijk zijn? Zoals oprecht luisteren naar je kinderen, gezellig ononderbroken een film kijken met je partner, keer op keer in een pretparkattractie gaan en lachen tot je niet meer kunt, in één ruk een boek uitlezen of juist muziek luisteren en er volledig in opgaan? Om over boeken schrijven nog maar niet te spreken.

Een tijdje terug waren we een weekend weg. Eenmaal in het vakantiehuisje aangekomen kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn oplader was vergeten, én dat mijn batterij bijna leeg was. Paniek in de tent! Want hoe moest ik nou het weekend doorkomen?

Uiteindelijk bleek ik me voor niets zorgen te hebben gemaakt. Het was verrassend rustig in mijn hoofd nu die eeuwige drang weg was. In plaats van aan een tafeltje in een koffietent mijn telefoon te checken, werd ik me opeens heel erg bewust van de wereld om me heen. De gesprekken die mensen – vaak veel te hard – met elkaar voerden bleken enorm interessant, en inspiratie voor de boeken die ik zo graag schrijf. Waarom deed ik dat niet vaker?

Het antwoord is simpel: omdat ik het nodig heb. Social media zijn nodig om mezelf en mijn boeken te promoten, maar ook om vrienden van vroeger opnieuw in mijn leven toe te laten. Ik ben gaan tennissen met iemand waar ik op zestienjarige leeftijd vriendinnen mee was, en het klikt nog steeds! Een andere vriendin woont inmiddels in Brussel, en het meeste contact loopt via What’s App, en we bellen af en toe. Wel een uur lang. Het is fijn om haar stem te horen, om samen te lachen, want sommige dingen kun je niet met een emoji beschrijven.

En oké, toegegeven, mijn telefoongedrag was niet zo buitensporig dat ik de hele dag met mijn neus tegen het scherm zat gedrukt, of dat mijn familie en vrienden zich er aan ergerden. Maar het zat me zélf in de weg. Ík vond dat het anders moest, omdat ik er onrustig van word. Ik wil schrijven met mijn koptelefoon op, zonder afleiding, in welke vorm dan ook. Gisteravond heb ik mijn telefoon op het aanrecht gelegd en heb ik in drie uur tijd een boek uitgelezen. Het laadde me op, als een batterij dat op een laag pitje staat en een nieuwe boost krijgt. Natuurlijk hielp het ook dat het boek een emotionele rollercoaster bleek, en dat ik volledig in het verhaal gezogen werd.

Het boek heet Finding it, van Cora McCormack, en het was één van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen.

Op 14 februari 2018 wordt Hart van Glas gelanceerd, en ik zal de social media hard nodig hebben, dat weet ik heel goed. En dat is ook niet zo erg. Het gaat om de balans, zoals zoveel dingen in het leven. Dus als ik lees, schrijf, een film kijk of dingen doe die echt belangrijk zijn, die echt tellen, dan leg ik mijn telefoon aan de kant. Met het geluid uit. Dat is mijn goede voornemen voor het volgende jaar. I found it. Denk ik. Hoop ik. Maar het is een begin, zoals er voor alles een begin moet zijn.

Dit stukje heb ik getypt, terwijl mijn jongste dochter spelletjes speelt op mijn telefoon. En guess what? Ik heb het ding niet eens gemist!

‘Mama, kijk eens!’ roept ze vanaf de andere kant van de kamer. ‘Ik heb mijn eigen record verbroken!’ Ik glimlach en klap mijn laptop dicht. Het is tijd om samen iets leuks te doen.

Decemberkriebels

Vroeger dacht ik altijd dat er twee soorten mensen waren: het soort dat van de gezelligheid van december houdt, dat vlak na (of zelfs nog voor) Sinterklaas de kerstversiering van zolder haalt, al in november meezingt met kerstliedjes op Skyradio (jazeker, vanaf half november is die radiozender al omgetoverd tot Christmas Station) en plannen maakt voor het kerstdiner.

Maar je hebt ook het soort dat het liefst de hele maand in winterslaap gaat en in januari wakker wordt (of nog beter: in de lente).

Vroeger behoorde ik steevast tot categorie één. Als kind kon ik niet wachten tot het pakjesavond was, of tot het eindelijk tijd was voor het kerstdiner op school. ’s Avonds naar school, dat bestempelde ik altijd als iets magisch. Iedereen in zijn of haar mooiste kleren én later naar bed dan normaal. Ik vond het heerlijk om thuis naar de kerstboom te staren en in gedachten de hoofdrol te spelen in mijn zelfgeschreven kerstverhaal. Ik vond het heerlijk om op kerstochtend uit bed te stappen, met kerststol te ontbijten (dat deden we vroeger echt alleen maar met kerst) en een kerstpuzzel te maken. Laat in de middag werd er gedineerd met opa en oma, keken we een kerstfilm (of twee, of drie) en speelden we zelf kerstliedjes (mijn vader op gitaar, mijn zusje op blokfluit, ik op de piano, en mijn moeder zong). En Oud & Nieuw? Dat was vooral heel hard lachen, vuurwerk afsteken (hoewel ik dat zelf nooit durfde, angsthaas dat ik was) en vooral heel lang opblijven.

Toen ik ouder werd, gingen we lootjes trekken met Sinterklaas, ging ik stappen op Tweede Kerstdag, en werd Oud & Nieuw een verplicht nummer dat ik moest uitzitten voor ik naar Het Nieuwjaarsfeest kon gaan in de plaatselijke discotheek. Nog steeds was december magisch, en de sfeer tijdens het stappen was nét even anders dan in de rest van het jaar. Fijner. Gezelliger. Magischer. Soms had ik het gevoel dat ik een fee was dat met mijn toverstokje al mijn wensen kon laten uitkomen. Hoe groot was de desillusie dan ook toen ik doorkreeg dat het niet zo werkte in de wereld (zoals toen ik met mijn denkbeeldige stokje zwaaide en probeerde die ene jongen naar me toe te trekken, en wat niet lukte).

Daarna verdrong ik de decembermagie steeds meer naar de achtergrond. Ik ging op kamers wonen in Breda, een geweldige stad waar ik superleuke mensen heb ontmoet. Thuis deden we nog steeds aan Sinterklaas en we vierden nog steeds kerst, maar Oud & Nieuw werd het nieuwe hoogtepunt van het jaar. Soms ben ik letterlijk het nieuwe jaar in gevallen. We lachten erom, want we hadden geen zorgen en nauwelijks verplichtingen. Hoewel ik regelmatig mijn boodschappen heb moeten laten staan bij de Aldi, omdat mijn studiefinanciering niet binnen was (en ik ’s avonds kale spaghetti met plakjes kaas at), maar dat terzijde. Dat mocht de pret niet drukken.

Na mijn studie waren de enige kriebels die ik in december kreeg, de zenuwen in mijn buik of ik mijn werk wel goed had gedaan. Een paar dagen feest, een kerstboom in huis en dat was alles. Skyradio vermeed ik, en ik keek geen enkele kerstfilm.

En nu? Nu weet ik niet meer tot welke categorie ik hoor. Er lopen twee kinderen rond van zeven en negen jaar oud. De oudste moet surprises maken voor school én volleybal (en als ik iets niet kan en niet leuk vind, dan is het knutselen), er moeten gedichten worden gemaakt en inkopen worden gedaan voor De Zak met Pakjes. Daarnaast gaat het gewone leven ook door. Werk, sport en schrijven wisselen elkaar af. De kinderen moeten naar sport en muziekles, en opgehaald worden bij vriendinnetjes. Soms voel ik me net een taxichauffeur. Zij vragen, ik rijd of fiets. Zoiets. En tussendoor moet het huis ook nog in kerststemming worden gebracht, want hé dat is zo gezellig. Dus ieder jaar voelde ik in december vooral spanning en lag ik geregeld in een spagaat om alle ballen in de lucht te houden.

Maar dit jaar is de magie terug. Het begin was even spannend (want o jee, krijgen we de surprises wel op tijd af?), maar nu is het super relaxed. De kinderen zetten de kunstboom op en versieren hem. Ze knutselen hun eigen kersthuisje. Ik drapeer de guirlandes over de kasten en zet lichtjes op de piano. Ik steek kaarsjes aan. Et voila! Het huis is klaar voor kerst.

En Koning Winter werkt ook mee, want het gaat vandaag sneeuwen. Als het goed is, valt er zo’n tien centimeter en kunnen we sleetje rijden of sneeuwengeltjes maken. Kinderen hebben heeft als voordeel dat je je zelf ook weer een beetje kind mag voelen. Je kunt dingen doen die je jarenlang niet hebt gedaan, en er nog van genieten ook. Eigenlijk moeten we gewoon alles loslaten en stilstaan bij hoe kinderen december beleven. Hoe ik zélf vroeger december beleefde.  Ik ga sneeuwengeltjes maken, sneeuwpoppen bouwen en op de slee van de heuvel af glijden. En ik ga gillen en lachen en warme chocolademelk drinken als we thuiskomen. We gaan een kerstfilm kijken, kerstpuzzels maken en kerstliedjes spelen (want oudste dochter speelt piano en manlief speelt gitaar).

Ik ben er inmiddels achter dat er niet slechts twee soorten mensen zijn wat december betreft. Soms zijn er dagen dat ik het liefst in winterslaap wil, maar op de meeste dagen vind ik het gezellig en knus. En soms… als ’s avonds de kerstboom en de kaarsjes aan zijn, ik me met een mok thee en fluffy huissokken op de bank heb genesteld met een boek en Bing Cosby’s White Christmas hoor, voel ik het. De decemberkriebels. De magie. Het is er dus nog, achter een deur die op een kiertje staat. Ik weet niet meer precies wanneer ik die deur heb dichtgegooid, maar ik ga hem weer helemaal openen. Ik pak mijn toverstokje terug en zwaai ermee om mijn wensen te laten uitkomen. Ik wens dat het gaat sneeuwen. En wat gebeurt er vandaag? Juist. Het sneeuwt. Let it snow, let it snow, let it snow.  December, bring it on!

 

Hart van Glas

Begin 2014 ontstond het allereerste idee voor een boek over een droomjongen, nadat ik me gerealiseerd had dat ik wilde gaan schrijven in het YA-genre. Marco Borsato’s ‘Dromen zijn bedrog’ was op de radio. Ik had net een film gezien over de mogelijkheden van ons brein. Dat alles bij elkaar zorgde voor mijn eerste woorden op papier. Letterlijk, met pen en een notitieblok. In een overdekt kinderspeelparadijs.

Het idee werd groter en groter, tot het uiteindelijk transformeerde in een verhaal waarin niet alleen de romance belangrijk is, maar waarin ook actie, bovennatuurlijke elementen en drama verweven is. Een combinatie naar mijn hart, want juist die elementen spreken mij aan in andere boeken, series en films. Toen ik eenmaal bezig was, keek ik plots anders naar andere boeken en televisie. Ik begon monologen en dialogen te analyseren, ik deed ideeën op over personageontwikkelingen, keek hoe emoties geuit werden, en hoe mensen op elkaar reageerden. Dingen die me raakten, stopte ik in mijn boek, maar dan op mijn eigen manier. Ik probeerde de gevoelens van Hester zo neer te pennen, dat het de lezer iets zou doen. Ik heb letterlijk jankend achter mijn laptop gezeten, omdat alles zich als een film voor mijn ogen afspeelde. Om drie uur ’s nachts, toen alles al donker was en het de vorige keer toen ik op de klok keek nog maar tien uur ’s avonds was.

Muziek speelt daarbij een belangrijke rol. Met mijn koptelefoon op, helemaal afgesloten van de buitenwereld, waande ik mezelf Hester (ook al kan ik alleen maar dromen van haar kracht). Ik vond voor iedere emotie een liedje dat daarbij paste, variërend van luchtige popmuziek tot ultrazwijmelmateriaal (ik heb Christina Perri’s ‘Jar of Hearts’ en ‘Human’ he-le-maal grijsgedraaid tijdens de zielige scènes). Ook Coldplay, Ed Sheeran, John Mayer, The Lumineers en The Common Linnets kregen een plekje in mijn playlist. Gek eigenlijk hoe sommige nummers je verdrietig of ontroerd kunnen maken, terwijl je van te voren nog zo vrolijk was. En andersom.

 

 

En nu, na meer dan drie jaar, zien Hester en Siem officieel het levenslicht. In februari verschijnt het boek bij Dutch Venture Publishing, de uitgeverij die met veel enthousiasme mijn boeken onder haar vleugels heeft genomen. En daardoor heb ik ook vleugels gekregen. Het geef mij de kans om nog verder weg te vliegen, naar gebieden in mijn fantasiewereld die nog onaangeroerd zijn. Want ik heb nog zoveel te vertellen! Er zijn nog zoveel verhalen niet met de rest van de wereld gedeeld!

Ik hoop dat jullie Siem en Hester in jullie armen en harten zullen sluiten. Dat jullie onderdeel worden van hun leven, hun wereld. Dat jullie bij ze blijven tot het eind. Want ze zullen jullie steun hard nodig hebben…

H & S

4 EVER

Liefs, Miranda

 

Stoffig zolderkamertje

Vroeger dacht ik dat schrijvers hun boeken schreven vanuit een stoffig zolderkamertje, een vergeten en eenzaam plekje in het huis. Vroeger dacht ik dat schrijvers ’s nachts schreven en overdag sliepen. Dat er stapels boeken, papier en pennen op hun bureau lagen. En zo’n ouderwetse, zwarte typemachine, waarbij je brute kracht moest gebruiken om de letters op papier te krijgen. Ja, die ken ik nog. De computer deed bij ons thuis immers pas zijn intrede toen ik vijftien was. Om over het internet nog maar te zwijgen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het piepen en kraken tijdens het inbellen. Het duurde eeuwen.

Schrijvers waren voor mij magische mensen. Want hoe was het mogelijk om zulke mooie verhalen op papier te zetten? Ik was een echte boekenwurm. Soms verdween ik liever in een boek, dan dat ik met vriendinnen de hort op ging. Wat overigens niet wil zeggen dat ik een ‘loner’ was. Ik kan gewoon goed alleen zijn. Ik verveelde me nooit, had altijd wel iets te doen. En dat is nog steeds zo. Maar goed, ik plaatste schrijvers op een voetstuk. Ik was fan van Thea Beckman, Evert Hartman, Jan Terlouw… Tassen vol sleepte ik mee naar huis vanuit de bibliotheek.

Toen kwam De Lijst. In eerste instantie bekoelde mijn liefde voor lezen tot ver onder het vriespunt. Middeleeuwse werken, Multatuli… niet bepaald makkelijke kost voor een tiener. Zelfs niet voor een doorgewinterde lezer, zoals ik. Ik voel nog steeds medelijden met mijn niet-lezende vriendin, die zich klagend en martelend door haar leeslijst heen wurmde. Maar toen ontdekte ik de boodschap die de schrijver met zijn boek wilde verspreiden. Meteen ging ik anders naar de boeken kijken, leerde begrijpen waar het om ging, en vooral waar het níet om ging.

En toen ik eindelijk bij de periode ná WOII aanbelandde, koos ik boeken die mijn docent Nederlands opnieuw moest herlezen, omdat ze min of meer ‘vergeten’ waren. Dat vond ik cool. ‘De trein der traagheid’ van Johan Daisne vond ik fascinerend. Dagenlang heb ik erover na lopen denken.

Ik denk dat door dit soort boeken (en de ‘Kinderen van Moeder Aarde-reeks van Thea Beckman) mijn interesse in bovennatuurlijke verhalen is gewekt. Geen horror, want dat vind ik griezelig. Ik ben zo iemand die bij enge stukjes de vingers in de oren stopt en de ogen stijf dichtknijpt. Niet voor niets heb ik nog nooit in mijn leven Freddy Krueger, The Exorcist en It gezien. Mijn fantasie is er te groot voor, het slaat op hol na het zien van zo’n film.

Met het Young Adult genre maakte ik pas jaren later kennis, toen ik toevallig het derde deel van Twilight op tv zag. Alles viel op zijn plek toen ik vervolgens de boeken las. Dít wilde ik schrijven. Romantiek, gecombineerd met bovennatuurlijke elementen, actie en een flinke dosis drama. Stephenie Meyer was mijn heldin, de schrijfster die de plek van Thea Beckman innam op het voetstuk dat ik had verzonnen.

Dus toen ging ik schrijven. Op mijn laptop, aan een opgeruimde keukentafel. Tijdens de middagslaapjes en schooltijden van mijn kinderen. Niks stoffig zolderkamertje (hoewel daar best weer eens een keer gestofzuigd mag worden, dat geef ik toe).

De wereld is nu zoveel groter en tegelijkertijd kleiner geworden. Mensen zijn makkelijker te benaderen. Netwerken hoeft niet meer alleen op events als het Boekenbal. Social media zijn handig om jezelf te promoten, om te socializen, om met je helden of heldinnen in contact te komen, direct of indirect. The world at your feet heeft een heel andere betekenis gekregen. Op een manier waar ze vroeger niet eens van konden dromen.

Maar wat niet veranderd is, zijn de verhalen. Verhalen waar we bij weg kunnen dromen. In gedachten terugreizen naar een tijd waarin computers nog niet bestonden en internet een vage wens was van mensen als Bill Gates. Naar de tijd van typemachines, faxen en carbonpapier. Hoe gaaf zou het zijn om die magie weer te kunnen herbeleven, al is het slechts in gedachten? The attic at your feet. Hoe cool is dat?

 

Welkom lieve lezer!

Wat fijn dat je de moeite neemt om mijn site te bezoeken! Hier zullen blogs, korte verhalen en andere leuke weetjes van mij verschijnen. Ik zal mijn best doen om regelmatig iets te posten, maar dat is niet altijd even makkelijk als je een gezin hebt ;). Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws omtrent mijn boeken en verhalen? Like dan mijn eigen Facebookpagina of volg me op Instagram.

Liefs, Miranda