Leeghoofd of leeg hoofd?

Een leeghoofd of een leeg hoofd: daar zit een wereld van verschil tussen. Eén spatie te veel of te weinig en je wordt totaal verkeerd begrepen. Een leeg hoofd betekent niet dat je een leeghoofd bent en als je een leeghoofd bent, betekent dat ook niet dat je hoofd leeg is. Volg je het nog?

De afgelopen maanden heeft het nogal gestormd in mijn hoofd. Ik wilde teveel. Nam teveel hooi op mijn vork (wat overigens een vreemde uitdrukking is voor iemand die al haar leven lang in een stad woont). Ik wilde namelijk én schrijven én lezen én aandacht aan mijn man en kinderen besteden én uitgaan met vriendinnen én fb-spelletjes spelen én series kijken én sporten én werken én het huishouden doen én… Het liefst alles in de twee ochtenden dat ik vrij ben of in het weekend. En dat gaat natuurlijk niet. Met als gevolg dat er chaos was. Véél chaos. Daar moest verandering in komen.

Half augustus gingen we naar Zuid-Frankrijk op vakantie en ik besloot twee weken afstand te nemen van alle dingen die onrust geven. Twee heerlijke weken lang heb ik alleen maar gelezen, gezwommen, op het strand liggen bakken, wijn gedronken en stokbrood met brie gegeten met mijn gezin. Geen druk, geen stress, geen huishouden, niet leven met de tijd. Ik kan oprecht zeggen dat ik opgeladen en met een leeg hoofd ben teruggekeerd. Al moet ik zeggen dat je na teveel heerlijke Franse wijn wel een beetje een leeghoofd wordt en het trappetje van de houten veranda dan best wel een uitdaging is. Maar dat is dus niet wat ik bedoel met een leeg hoofd.

Want dat lege hoofd bleek de perfecte voedingsbodem te zijn voor nieuwe verhaallijnen, plotontwikkelingen en dialogen tussen personages. Al een tijdje liep ik met ‘De Ademdief’ vast, maar nu staan de woorden zo snel op het scherm, dat ik mezelf nauwelijks kan bijhouden. Gisteren heb ik vierduizend woorden getypt en deed mijn mannelijke hoofdpersonage dingen waarvan ik nooit had gedacht dat hij het ooit zou doen. Zo zie je maar weer: soms bepalen je personages het verhaal. Dat klinkt misschien raar, maar het is echt zo. Ze leiden een eigen leven, met eigen problemen en dilemma’s en onzekerheden. Ze leven in mijn hoofd en kijken mee in mijn leven, zoals ik in dat van hen.

Maar dat betekent ook dat mijn hoofd niet meer leeg is. En dat is helemaal niet erg, zolang ze er maar geen chaos van maken. Schrijven zorgt juist voor ontspanning, maar dan moet je er niet honderdduizend dingen naast willen doen. De oplossing is eigenlijk heel simpel: plannen. Dus dat doe ik nu. Alleen… dan moet ik me wel aan die planning houden.

En… ik ben tot een geweldige conclusie gekomen. Zodra ik vastzit in een verhaal, moet ik gewoon weer op vakantie. Het is alleen zo jammer dat mijn ziektekostenverzekering dat niet vergoedt…

En als dat niet werkt, kan ik altijd nog een avondje de leeghoofd uit gaan hangen. Wijn drinken en meezingen met hits uit de jaren 90, en dansen op Mambo Nr. 5. Zoiets. Wedden dat je daar een leeg hoofd van krijgt?

 

En de winnaar is…

Ergens eind april zat ik heerlijk relaxed met een kopje koffie wat op mijn laptop te scrollen toen mijn oog plotseling viel op de fijne foute zomer schrijfwedstrijd van het tijdschrift &C. Oftewel: het maandblad van Chantal Janzen. Het was de bedoeling dat je een zwoel zomerverhaal schreef van maximaal 3000 woorden.

Eerst dacht ik: yeah right, leuk voor anderen. Ik schrijf immers Young Adult-verhalen, het liefst met een fantasy of bovennatuurlijk tintje. Maar toen dacht ik: waarom niet? En meteen daarna: dat durf ik never nooit niet. 

Uiteindelijk besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en heb ik een personage met bijbehorende hot summerlove bedacht. Ik heb het een paar goede vriendinnen, een collega en mijn zusje laten lezen, en na enkele aanpassingen – en een fles wijn – was ik moedig genoeg het op te sturen. Want poeh… een 18+ verhaal schrijven is toch heel andere koek dan schrijven over tieners die voor het eerst verliefd worden. Stel je voor dat iedereen het gaat lezen. Op mijn werk, bij de kapper, de juf van mijn kinderen…

Maar ik besloot dat ik het risico maar moest nemen. Tuurlijk is het eng, want mensen gaan zich toch afvragen of er dingen van jezelf in verwerkt zijn. Dingen die je normaal toch best privé houdt, zeg maar.

En toen, op 1 juni, kreeg ik een mailtje waarin stond: “Maar… we hebben heel goed nieuws voor je, want uit alle aanmeldingen is jouw verhaal gekozen. Feest, ballonnen, slingers, champagne: WHOE-HOE!!!”

Ik heb geloof ik eerst een paar minuten als een idioot met open mond naar het scherm van mijn telefoon gekeken. Toen heb ik heel hard gejuicht en vervolgens dacht ik: holy shit, wat nu?

Nou, nu wordt mijn verhaal samen met dat van negen andere auteurs gebundeld in een zwoele zomer pocket, verkrijgbaar bij &C nummer acht, die vanaf 11 juli a.s. in de winkels ligt. En dat is natuurlijk supertof! Want hoe vaak gebeurt zoiets?

Dus als je mijn verhaal, dat overigens La Dolce Vita heet, ziet liggen bij de kapper, tandarts, in de boekhandel of bij je buurvrouw: bedenk dan alsjeblieft het volgende: It wasn’t me!

Boekpresentatie Hart van Glas

Op 10 februari 2018 was het dan eindelijk zover: de boekpresentatie van Hart van Glas bij boekhandel Westerhof in Zwolle! Hier had ik al jaren van gedroomd, zelfs al voordat ik als self-pubber mijn verhaal de wereld in slingerde.

De week voorafgaand aan de presentatie was ik niet bepaald de rustgevende factor in huis. Integendeel: ik leek qua gedrag op een kruising van een stuiterbal en een intercitytrein. Het droeg niet erg bij aan een relaxte sfeer in huis. Tel daarbij op dat ik niet veel door mijn keel kon krijgen (wat op zich weer een gunstig effect had die avond) én nauwelijks in slaap kon vallen door die aanhoudende storm in mijn hoofd… Juist. Zo zag ik eruit die week. Als een tornado tussen bérgen was, strijkgoed, broodkruimels en volle prullenbakken. 

Maar toen kwam DE avond en ging alles juist heel goed! Alle zenuwen waren plotseling weg toen ik al die lieve mensen zag die de moeite hadden genomen naar de boekpresentatie te komen. Wonder boven wonder kwamen de woorden zonder haperen mijn strot uit!

Na mijn ‘praatje’ was het de beurt aan Sarah Dalton, via Facebook-Live-Chat (of zoiets), en aan Olga Hoekstra, die iets vertelde over het vertalen van ‘Onzuiver’. Heel interessant om te horen hoe zoiets in zijn werk gaat. Daarna was het tijd om de boeken te signeren en dat was geweldig om te doen! Ik heb onwijs genoten van alle dingen die bij zo’n avond horen, én ik heb bloemen en cadeautjes gekregen (de bloemen staan nog steeds – ik weiger ze weg te doen, ook al zijn ze niet meer zo mooi als eerst). 

Nu, een week later, is de rust grotendeels teruggekeerd en is de hysterie naar de achtergrond verdwenen. Maar het blijft natuurlijk spannend: hoeveel boeken zullen er worden verkocht? Wat gaan ‘ze’ ervan vinden? Het voelt nog steeds raar om anderen over mijn boek te horen praten, of te lezen wat ze ervan vonden. Maar ook dat went. 

Nu kan ik zeggen: ik wil nog een keer! Komt dat even goed uit! Er is nog een deel twee: Hart van Vuur. En een deel drie: Hart van Smaragd.

Jullie zijn nog lang niet van me af. Niet zolang ik blijf schrijven en de droom die ik als (klein)  meisje had probeer waar te maken. Want het is echt waar: soms komen dromen uit.

Proloog Hart van Glas

Met een schreeuw klemde ik mijn handen om het dak van de auto en tilde hem op. Zolang de auto op zijn kop lag kon ik niet bij papa komen, en ik moest bij papa komen. Ik moest hem redden. Mama en Iris waren al veilig. Nu papa nog.

Met een klap stuiterde de auto terug op zijn wielen. Sneeuw stoof omhoog, en er rolde een wiel in de richting van de boom die we hadden geraakt. In de verte klonken sirenes en was een blauwe gloed van dichterbij komende zwaailichten te zien. Mama zat op haar knieën in het besneeuwde gras voor het roze autostoeltje van Iris en probeerde haar wakker te krijgen, maar het lukte niet. Mama zag er heel raar uit met dat grote stuk glas in haar voorhoofd.

Ik rende naar papa’s kant, maar toen zag ik de vlammen. En de rook. Waar kwam al die zwarte rook opeens vandaan?

‘Mama!’ gilde ik. ‘Papa zit nog in de auto!’

Mama keek angstig op en keek besluiteloos van de auto naar Iris, en weer terug naar de auto.

In paniek rukte ik papa’s deur eruit. De rook prikte in mijn ogen en het stonk vreselijk, maar ik moest papa redden. De vlammen likten inmiddels brullend aan de stoel waarop ik vanavond nog had zitten ruziemaken met Iris. Het lawaai deed pijn aan mijn oren. En het ging zo snel…

‘Papa!’ riep ik. ‘Waar zit je vast? Ik maak je los!’

Ik kreeg geen antwoord. Achter me hoorde ik mama wanhopig huilend roepen: ‘Hestia! Nee! Ga weg daar! De auto kan elk moment ontploffen!’ Maar ik ging niet weg. Ik ging papa redden. Ik tilde het deel van de auto waar het stuur aan vastzat omhoog, zodat ik papa’s benen kon zien. Tenminste, dat dacht ik. Er was alleen maar bloed. Heel veel bloed. Waar waren zijn benen nou gebleven?

Op dat moment deed papa zijn ogen open. Hij glimlachte naar mij, maar meteen daarna zag hij de vlammen. ‘Hestia,’ zei hij zachtjes. ‘Hestia, ga hier weg. Snel!’

‘Nee, papa, ik kom je redden!’

Hij deed zijn ogen heel even dicht en zuchtte diep. ‘Je kunt mij niet meer redden, meisje.’

‘Maar als je hier blijft, ga je verbranden!’ Ik voelde tranen over mijn wangen rollen.

Met veel moeite tilde hij zijn hand op en streelde mijn gezicht. ‘Lief, sterk en dapper meisje van me, zorg alsjeblieft goed voor mama en Iris. Ik hou zo veel van jullie! Wil je dat tegen ze zeggen? Maar jij moet nu terug naar mama en ervoor zorgen dat jullie veilig zijn, begrijp je dat?’

Ik schudde mijn hoofd wild heen en weer. ‘Nee, niet zonder jou, papa!’

‘Hestia! Kom terug!’ hoorde ik mama roepen. ‘Kom terug!’

‘Je moet. Toe, alsjeblieft. Ga,’ fluisterde papa.

‘Nee, papa!’ Ik wilde hem meenemen, maar ik zag zijn benen niet, ik wilde…

‘Het is goed, meisje. Echt. Het is goed…’ En toen vielen zijn ogen dicht.

Het was helemaal niet goed! Radeloos keek ik om me heen en zag dat het vuur aan zijn stoel begonnen was. ‘Nee, papa! Ik had niet met die stomme pop moeten gooien! Ik had niet…’

Maar papa antwoordde niet meer en hield zijn ogen gesloten.

Plotseling voelde het alsof er iets zwaars op mijn schouders lag, en op mijn borst. Het probeerde me omlaag te duwen, naar de grond. ‘Papa…’ Mijn stem was schor van het schreeuwen en gillen en de rook die ik had ingeademd. ‘Het spijt me, papa. Ik hou van je. Ik zal je nooit vergeten.’ Meer dan fluisteren kon ik niet. Ik aaide hem voor de laatste keer over zijn wang, zoals ik iedere avond deed voordat ik naar bed ging.

Toen rende ik hard terug naar mama en pakte haar bij de hand. Ik greep met mijn andere hand het stoeltje met mijn slapende zusje en nam ze mee, verder weg van de brandende auto. Net op tijd, want plotseling klonk er een harde knal en was er geen auto meer. Alleen maar felgele en oranje vlammen.

‘Nee! Pieter!’ riep mama huilend, terwijl ze met een hand probeerde om Iris wakker te schudden. Ik kneep in mama’s hand, die ik nog steeds vasthield.

‘Ik kon papa niet redden, mama. Het was te laat. Het vuur…’ Er zat opeens iets in mijn keel waardoor ik niet meer kon praten en ik kon het niet wegslikken. Mama trok mijn hoofd stevig tegen zich aan, terwijl ik haar tranen op mijn haar voelde vallen. ‘Papa houdt van ons, mama. Dat moest ik van hem zeggen.’ Mama huilde nog harder, liet me los en zakte op de grond. Ze legde haar hoofd op Iris’ schoot en haar lichaam begon te schokken en te beven. Ze merkte niet eens dat haar kleren vies werden.

De brandweer en ambulance kwamen met gillende sirenes naar ons toe rijden. Met grote ogen zag ik dat een ambulancedokter Iris probeerde wakker te krijgen. De brandweer begon met grote stralen water en schuim het vuur te blussen. Maar voor papa zou het te laat zijn. Papa was dood en het was allemaal mijn schuld.

En toen begon ik zo hard te huilen, dat ik bijna geen adem meer kon halen.

Boekpresentatie Hart van Glas bij Westerhof in Zwolle op 10 februari 2018

10 februari is het zover! Dan presenteer ik bij Boekhandel Westerhof mijn debuut ‘Hart van Glas’, het eerste deel van de GAIA-trilogie! Spannend natuurlijk, maar vooral ontzettend leuk. Ik ben zo benieuwd of jullie net zo van Hester en Siem gaan genieten als ik nog steeds doe, zelfs na tig leesrondes.

Maar ik doe het niet alleen. Ook ‘Onzuiver’, geschreven door Sarah Dalton en vertaald door Olga Hoekstra zal worden gepresenteerd. Daarnaast zal Jen Minkman van Dutch Venture Publishing een workshop geven over hoe je een begin maakt met het schrijven van een boek.

Redenen genoeg dus om gezellig langs te komen! Dus neem al je vrienden/vriendinnen/familie mee en heet samen met mij Hester en Siem welkom in de echte wereld! Ik kijk ernaar uit!

Liefs en hopelijk tot 10 februari,
Miranda

Afleiding

Het was vrijdagochtend, de laatste dag voor de kerstvakantie. De kinderen waren naar school en ik zat gewapend met koffie achter mijn laptop. Ik had bedacht dat ik deze ochtend alleen eens even goed zou benutten. Ik wilde een kort verhaal herschrijven en de opmerkingen van proeflezers voor Hart van Smaragd verwerken. Dat lijkt op zich niet zo moeilijk. Gewoon gaan zitten en gaan met die banaan. Maar toch.

Mijn telefoon lag naast me, geluidloos, zodat ik niet steeds afgeleid zou worden door piepende berichtjes. Maar ik had net zo goed het geluid aan kunnen zetten, want nu checkte ik om de haverklap óf er überhaupt appjes, facebookberichten of mailtjes waren. Best irritant eigenlijk, want meestal is er helemaal geen nieuws. Of niet in die mate dat het interessant genoeg is om het meteen te lezen. De meeste dingen kunnen echt wel even wachten.

En toch bewoog mijn arm automatisch steeds opnieuw in de richting van mijn telefoon, bang om iets te missen. Waarom doe ik dat toch steeds? Waarom is die drang zo groot dat het me afleidt van dingen die echt belangrijk zijn? Zoals oprecht luisteren naar je kinderen, gezellig ononderbroken een film kijken met je partner, keer op keer in een pretparkattractie gaan en lachen tot je niet meer kunt, in één ruk een boek uitlezen of juist muziek luisteren en er volledig in opgaan? Om over boeken schrijven nog maar niet te spreken.

Een tijdje terug waren we een weekend weg. Eenmaal in het vakantiehuisje aangekomen kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn oplader was vergeten, én dat mijn batterij bijna leeg was. Paniek in de tent! Want hoe moest ik nou het weekend doorkomen?

Uiteindelijk bleek ik me voor niets zorgen te hebben gemaakt. Het was verrassend rustig in mijn hoofd nu die eeuwige drang weg was. In plaats van aan een tafeltje in een koffietent mijn telefoon te checken, werd ik me opeens heel erg bewust van de wereld om me heen. De gesprekken die mensen – vaak veel te hard – met elkaar voerden bleken enorm interessant, en inspiratie voor de boeken die ik zo graag schrijf. Waarom deed ik dat niet vaker?

Het antwoord is simpel: omdat ik het nodig heb. Social media zijn nodig om mezelf en mijn boeken te promoten, maar ook om vrienden van vroeger opnieuw in mijn leven toe te laten. Ik ben gaan tennissen met iemand waar ik op zestienjarige leeftijd vriendinnen mee was, en het klikt nog steeds! Een andere vriendin woont inmiddels in Brussel, en het meeste contact loopt via What’s App, en we bellen af en toe. Wel een uur lang. Het is fijn om haar stem te horen, om samen te lachen, want sommige dingen kun je niet met een emoji beschrijven.

En oké, toegegeven, mijn telefoongedrag was niet zo buitensporig dat ik de hele dag met mijn neus tegen het scherm zat gedrukt, of dat mijn familie en vrienden zich er aan ergerden. Maar het zat me zélf in de weg. Ík vond dat het anders moest, omdat ik er onrustig van word. Ik wil schrijven met mijn koptelefoon op, zonder afleiding, in welke vorm dan ook. Gisteravond heb ik mijn telefoon op het aanrecht gelegd en heb ik in drie uur tijd een boek uitgelezen. Het laadde me op, als een batterij dat op een laag pitje staat en een nieuwe boost krijgt. Natuurlijk hielp het ook dat het boek een emotionele rollercoaster bleek, en dat ik volledig in het verhaal gezogen werd.

Het boek heet Finding it, van Cora McCormack, en het was één van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen.

Op 14 februari 2018 wordt Hart van Glas gelanceerd, en ik zal de social media hard nodig hebben, dat weet ik heel goed. En dat is ook niet zo erg. Het gaat om de balans, zoals zoveel dingen in het leven. Dus als ik lees, schrijf, een film kijk of dingen doe die echt belangrijk zijn, die echt tellen, dan leg ik mijn telefoon aan de kant. Met het geluid uit. Dat is mijn goede voornemen voor het volgende jaar. I found it. Denk ik. Hoop ik. Maar het is een begin, zoals er voor alles een begin moet zijn.

Dit stukje heb ik getypt, terwijl mijn jongste dochter spelletjes speelt op mijn telefoon. En guess what? Ik heb het ding niet eens gemist!

‘Mama, kijk eens!’ roept ze vanaf de andere kant van de kamer. ‘Ik heb mijn eigen record verbroken!’ Ik glimlach en klap mijn laptop dicht. Het is tijd om samen iets leuks te doen.

Decemberkriebels

Vroeger dacht ik altijd dat er twee soorten mensen waren: het soort dat van de gezelligheid van december houdt, dat vlak na (of zelfs nog voor) Sinterklaas de kerstversiering van zolder haalt, al in november meezingt met kerstliedjes op Skyradio (jazeker, vanaf half november is die radiozender al omgetoverd tot Christmas Station) en plannen maakt voor het kerstdiner.

Maar je hebt ook het soort dat het liefst de hele maand in winterslaap gaat en in januari wakker wordt (of nog beter: in de lente).

Vroeger behoorde ik steevast tot categorie één. Als kind kon ik niet wachten tot het pakjesavond was, of tot het eindelijk tijd was voor het kerstdiner op school. ’s Avonds naar school, dat bestempelde ik altijd als iets magisch. Iedereen in zijn of haar mooiste kleren én later naar bed dan normaal. Ik vond het heerlijk om thuis naar de kerstboom te staren en in gedachten de hoofdrol te spelen in mijn zelfgeschreven kerstverhaal. Ik vond het heerlijk om op kerstochtend uit bed te stappen, met kerststol te ontbijten (dat deden we vroeger echt alleen maar met kerst) en een kerstpuzzel te maken. Laat in de middag werd er gedineerd met opa en oma, keken we een kerstfilm (of twee, of drie) en speelden we zelf kerstliedjes (mijn vader op gitaar, mijn zusje op blokfluit, ik op de piano, en mijn moeder zong). En Oud & Nieuw? Dat was vooral heel hard lachen, vuurwerk afsteken (hoewel ik dat zelf nooit durfde, angsthaas dat ik was) en vooral heel lang opblijven.

Toen ik ouder werd, gingen we lootjes trekken met Sinterklaas, ging ik stappen op Tweede Kerstdag, en werd Oud & Nieuw een verplicht nummer dat ik moest uitzitten voor ik naar Het Nieuwjaarsfeest kon gaan in de plaatselijke discotheek. Nog steeds was december magisch, en de sfeer tijdens het stappen was nét even anders dan in de rest van het jaar. Fijner. Gezelliger. Magischer. Soms had ik het gevoel dat ik een fee was dat met mijn toverstokje al mijn wensen kon laten uitkomen. Hoe groot was de desillusie dan ook toen ik doorkreeg dat het niet zo werkte in de wereld (zoals toen ik met mijn denkbeeldige stokje zwaaide en probeerde die ene jongen naar me toe te trekken, en wat niet lukte).

Daarna verdrong ik de decembermagie steeds meer naar de achtergrond. Ik ging op kamers wonen in Breda, een geweldige stad waar ik superleuke mensen heb ontmoet. Thuis deden we nog steeds aan Sinterklaas en we vierden nog steeds kerst, maar Oud & Nieuw werd het nieuwe hoogtepunt van het jaar. Soms ben ik letterlijk het nieuwe jaar in gevallen. We lachten erom, want we hadden geen zorgen en nauwelijks verplichtingen. Hoewel ik regelmatig mijn boodschappen heb moeten laten staan bij de Aldi, omdat mijn studiefinanciering niet binnen was (en ik ’s avonds kale spaghetti met plakjes kaas at), maar dat terzijde. Dat mocht de pret niet drukken.

Na mijn studie waren de enige kriebels die ik in december kreeg, de zenuwen in mijn buik of ik mijn werk wel goed had gedaan. Een paar dagen feest, een kerstboom in huis en dat was alles. Skyradio vermeed ik, en ik keek geen enkele kerstfilm.

En nu? Nu weet ik niet meer tot welke categorie ik hoor. Er lopen twee kinderen rond van zeven en negen jaar oud. De oudste moet surprises maken voor school én volleybal (en als ik iets niet kan en niet leuk vind, dan is het knutselen), er moeten gedichten worden gemaakt en inkopen worden gedaan voor De Zak met Pakjes. Daarnaast gaat het gewone leven ook door. Werk, sport en schrijven wisselen elkaar af. De kinderen moeten naar sport en muziekles, en opgehaald worden bij vriendinnetjes. Soms voel ik me net een taxichauffeur. Zij vragen, ik rijd of fiets. Zoiets. En tussendoor moet het huis ook nog in kerststemming worden gebracht, want hé dat is zo gezellig. Dus ieder jaar voelde ik in december vooral spanning en lag ik geregeld in een spagaat om alle ballen in de lucht te houden.

Maar dit jaar is de magie terug. Het begin was even spannend (want o jee, krijgen we de surprises wel op tijd af?), maar nu is het super relaxed. De kinderen zetten de kunstboom op en versieren hem. Ze knutselen hun eigen kersthuisje. Ik drapeer de guirlandes over de kasten en zet lichtjes op de piano. Ik steek kaarsjes aan. Et voila! Het huis is klaar voor kerst.

En Koning Winter werkt ook mee, want het gaat vandaag sneeuwen. Als het goed is, valt er zo’n tien centimeter en kunnen we sleetje rijden of sneeuwengeltjes maken. Kinderen hebben heeft als voordeel dat je je zelf ook weer een beetje kind mag voelen. Je kunt dingen doen die je jarenlang niet hebt gedaan, en er nog van genieten ook. Eigenlijk moeten we gewoon alles loslaten en stilstaan bij hoe kinderen december beleven. Hoe ik zélf vroeger december beleefde.  Ik ga sneeuwengeltjes maken, sneeuwpoppen bouwen en op de slee van de heuvel af glijden. En ik ga gillen en lachen en warme chocolademelk drinken als we thuiskomen. We gaan een kerstfilm kijken, kerstpuzzels maken en kerstliedjes spelen (want oudste dochter speelt piano en manlief speelt gitaar).

Ik ben er inmiddels achter dat er niet slechts twee soorten mensen zijn wat december betreft. Soms zijn er dagen dat ik het liefst in winterslaap wil, maar op de meeste dagen vind ik het gezellig en knus. En soms… als ’s avonds de kerstboom en de kaarsjes aan zijn, ik me met een mok thee en fluffy huissokken op de bank heb genesteld met een boek en Bing Cosby’s White Christmas hoor, voel ik het. De decemberkriebels. De magie. Het is er dus nog, achter een deur die op een kiertje staat. Ik weet niet meer precies wanneer ik die deur heb dichtgegooid, maar ik ga hem weer helemaal openen. Ik pak mijn toverstokje terug en zwaai ermee om mijn wensen te laten uitkomen. Ik wens dat het gaat sneeuwen. En wat gebeurt er vandaag? Juist. Het sneeuwt. Let it snow, let it snow, let it snow.  December, bring it on!

 

Hart van Glas

Begin 2014 ontstond het allereerste idee voor een boek over een droomjongen, nadat ik me gerealiseerd had dat ik wilde gaan schrijven in het YA-genre. Marco Borsato’s ‘Dromen zijn bedrog’ was op de radio. Ik had net een film gezien over de mogelijkheden van ons brein. Dat alles bij elkaar zorgde voor mijn eerste woorden op papier. Letterlijk, met pen en een notitieblok. In een overdekt kinderspeelparadijs.

Het idee werd groter en groter, tot het uiteindelijk transformeerde in een verhaal waarin niet alleen de romance belangrijk is, maar waarin ook actie, bovennatuurlijke elementen en drama verweven is. Een combinatie naar mijn hart, want juist die elementen spreken mij aan in andere boeken, series en films. Toen ik eenmaal bezig was, keek ik plots anders naar andere boeken en televisie. Ik begon monologen en dialogen te analyseren, ik deed ideeën op over personageontwikkelingen, keek hoe emoties geuit werden, en hoe mensen op elkaar reageerden. Dingen die me raakten, stopte ik in mijn boek, maar dan op mijn eigen manier. Ik probeerde de gevoelens van Hester zo neer te pennen, dat het de lezer iets zou doen. Ik heb letterlijk jankend achter mijn laptop gezeten, omdat alles zich als een film voor mijn ogen afspeelde. Om drie uur ’s nachts, toen alles al donker was en het de vorige keer toen ik op de klok keek nog maar tien uur ’s avonds was.

Muziek speelt daarbij een belangrijke rol. Met mijn koptelefoon op, helemaal afgesloten van de buitenwereld, waande ik mezelf Hester (ook al kan ik alleen maar dromen van haar kracht). Ik vond voor iedere emotie een liedje dat daarbij paste, variërend van luchtige popmuziek tot ultrazwijmelmateriaal (ik heb Christina Perri’s ‘Jar of Hearts’ en ‘Human’ he-le-maal grijsgedraaid tijdens de zielige scènes). Ook Coldplay, Ed Sheeran, John Mayer, The Lumineers en The Common Linnets kregen een plekje in mijn playlist. Gek eigenlijk hoe sommige nummers je verdrietig of ontroerd kunnen maken, terwijl je van te voren nog zo vrolijk was. En andersom.

 

 

En nu, na meer dan drie jaar, zien Hester en Siem officieel het levenslicht. In februari verschijnt het boek bij Dutch Venture Publishing, de uitgeverij die met veel enthousiasme mijn boeken onder haar vleugels heeft genomen. En daardoor heb ik ook vleugels gekregen. Het geef mij de kans om nog verder weg te vliegen, naar gebieden in mijn fantasiewereld die nog onaangeroerd zijn. Want ik heb nog zoveel te vertellen! Er zijn nog zoveel verhalen niet met de rest van de wereld gedeeld!

Ik hoop dat jullie Siem en Hester in jullie armen en harten zullen sluiten. Dat jullie onderdeel worden van hun leven, hun wereld. Dat jullie bij ze blijven tot het eind. Want ze zullen jullie steun hard nodig hebben…

H & S

4 EVER

Liefs, Miranda

 

Stoffig zolderkamertje

Vroeger dacht ik dat schrijvers hun boeken schreven vanuit een stoffig zolderkamertje, een vergeten en eenzaam plekje in het huis. Vroeger dacht ik dat schrijvers ’s nachts schreven en overdag sliepen. Dat er stapels boeken, papier en pennen op hun bureau lagen. En zo’n ouderwetse, zwarte typemachine, waarbij je brute kracht moest gebruiken om de letters op papier te krijgen. Ja, die ken ik nog. De computer deed bij ons thuis immers pas zijn intrede toen ik vijftien was. Om over het internet nog maar te zwijgen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren het piepen en kraken tijdens het inbellen. Het duurde eeuwen.

Schrijvers waren voor mij magische mensen. Want hoe was het mogelijk om zulke mooie verhalen op papier te zetten? Ik was een echte boekenwurm. Soms verdween ik liever in een boek, dan dat ik met vriendinnen de hort op ging. Wat overigens niet wil zeggen dat ik een ‘loner’ was. Ik kan gewoon goed alleen zijn. Ik verveelde me nooit, had altijd wel iets te doen. En dat is nog steeds zo. Maar goed, ik plaatste schrijvers op een voetstuk. Ik was fan van Thea Beckman, Evert Hartman, Jan Terlouw… Tassen vol sleepte ik mee naar huis vanuit de bibliotheek.

Toen kwam De Lijst. In eerste instantie bekoelde mijn liefde voor lezen tot ver onder het vriespunt. Middeleeuwse werken, Multatuli… niet bepaald makkelijke kost voor een tiener. Zelfs niet voor een doorgewinterde lezer, zoals ik. Ik voel nog steeds medelijden met mijn niet-lezende vriendin, die zich klagend en martelend door haar leeslijst heen wurmde. Maar toen ontdekte ik de boodschap die de schrijver met zijn boek wilde verspreiden. Meteen ging ik anders naar de boeken kijken, leerde begrijpen waar het om ging, en vooral waar het níet om ging.

En toen ik eindelijk bij de periode ná WOII aanbelandde, koos ik boeken die mijn docent Nederlands opnieuw moest herlezen, omdat ze min of meer ‘vergeten’ waren. Dat vond ik cool. ‘De trein der traagheid’ van Johan Daisne vond ik fascinerend. Dagenlang heb ik erover na lopen denken.

Ik denk dat door dit soort boeken (en de ‘Kinderen van Moeder Aarde-reeks van Thea Beckman) mijn interesse in bovennatuurlijke verhalen is gewekt. Geen horror, want dat vind ik griezelig. Ik ben zo iemand die bij enge stukjes de vingers in de oren stopt en de ogen stijf dichtknijpt. Niet voor niets heb ik nog nooit in mijn leven Freddy Krueger, The Exorcist en It gezien. Mijn fantasie is er te groot voor, het slaat op hol na het zien van zo’n film.

Met het Young Adult genre maakte ik pas jaren later kennis, toen ik toevallig het derde deel van Twilight op tv zag. Alles viel op zijn plek toen ik vervolgens de boeken las. Dít wilde ik schrijven. Romantiek, gecombineerd met bovennatuurlijke elementen, actie en een flinke dosis drama. Stephenie Meyer was mijn heldin, de schrijfster die de plek van Thea Beckman innam op het voetstuk dat ik had verzonnen.

Dus toen ging ik schrijven. Op mijn laptop, aan een opgeruimde keukentafel. Tijdens de middagslaapjes en schooltijden van mijn kinderen. Niks stoffig zolderkamertje (hoewel daar best weer eens een keer gestofzuigd mag worden, dat geef ik toe).

De wereld is nu zoveel groter en tegelijkertijd kleiner geworden. Mensen zijn makkelijker te benaderen. Netwerken hoeft niet meer alleen op events als het Boekenbal. Social media zijn handig om jezelf te promoten, om te socializen, om met je helden of heldinnen in contact te komen, direct of indirect. The world at your feet heeft een heel andere betekenis gekregen. Op een manier waar ze vroeger niet eens van konden dromen.

Maar wat niet veranderd is, zijn de verhalen. Verhalen waar we bij weg kunnen dromen. In gedachten terugreizen naar een tijd waarin computers nog niet bestonden en internet een vage wens was van mensen als Bill Gates. Naar de tijd van typemachines, faxen en carbonpapier. Hoe gaaf zou het zijn om die magie weer te kunnen herbeleven, al is het slechts in gedachten? The attic at your feet. Hoe cool is dat?

 

Welkom lieve lezer!

Wat fijn dat je de moeite neemt om mijn site te bezoeken! Hier zullen blogs, korte verhalen en andere leuke weetjes van mij verschijnen. Ik zal mijn best doen om regelmatig iets te posten, maar dat is niet altijd even makkelijk als je een gezin hebt ;). Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws omtrent mijn boeken en verhalen? Like dan mijn eigen Facebookpagina of volg me op Instagram.

Liefs, Miranda