Hallo! Leef je nog?

Het is een vraag die veel gebruikt wordt, in een poging grappig te zijn/ een statement te maken/ iets te benadrukken. Vooral als het onderwerp in kwestie een tijdje onder een steen heeft gelegen. Of in deze tijd: vierentwintig uur lang niet op zijn telefoon heeft gekeken, al een week niets gepost heeft op social media en stille meldingen voor groepsapps heeft ingeschakeld. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het te druk was op het werk, met de kinderen, of dat diegene er wilde zijn voor een vriend(in) die troost nodig had.

Hoe dan ook, het is ondoenlijk om iedere seconde van ieder uur van iedere dag iedereen op de hoogte te houden van je drukke leventje. Tenzij je natuurlijk knotsgekke, thrillseeking, supergave dingen doet als bungeejumpen, met dolfijnen zwemmen of met een broodmes een grizzlybeer verjagen in de bossen van de Canadian Rockies. De meesten van ons doen echter minder gedenkwaardige dingen, zoals boodschappen doen, de kinderen naar school brengen, het huis opruimen, naar je werk gaan, enzovoort.

Maar stel je eens voor dat je die boodschappen doet en in de supermarkt tot de ontdekking komt dat je nepwimpers op je wangen hangen, je tampon uitzakt of je portemonnee bent vergeten op het moment dat je héle kar vol ligt met ingrediënten voor het etentje dat je die avond voor vrienden geeft.

Stel je eens voor dat je snel je joggingbroek aanschiet, je bril opzet en met mascaravlekken onder je ogen in de auto springt om je kinderen naar school te brengen omdat het keihard waait en regent. En dat je dan nét als je ze afzet, de blik vangt van die leuke alleenstaande vader/hotte leraar/charmante buurman.

Stel je voor dat je je huis opruimt en met spinnenwebben in je haren de deur opendoet voor de postbode. Oké, oké, voordat je haar bezaaid raakt met spinnenwebben moet je het wel heel erg bont hebben gemaakt in huis, maar goed.

Of stel je dan voor dat je naar je werk gaat met een gat in je panty. Je besluit de trap in plaats van de lift te nemen en verkijkt je op de treehoogte. Waardoor je met je scheenbeen pijnlijk langs de rand schuurt. Au.

Of er gebeurt juist iets leuks, dat kan ook. Er is een medewerker jarig en de hele supermarkt zingt ‘Lang zal ze leven’ en ze geven gratis mini-chocolonely’s weg. Die leuke vader/leraar/buurman ziet de rugtas van je kind nog achterin de auto liggen en glimlacht naar je terwijl hij achter je kind aanrent zodat hij/zij alsnog zijn broodje kan eten ’s middags. De postbode die opeens een zus blijkt te hebben die voor een prikkie je huis wil schoonmaken, wekelijks. Je baas die je pijnlijke been opmerkt en je de rest van de dag vrij geeft om ‘bij te komen’ omdat het toch niet druk is.

Maar wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? Nou, ik wil dus zeggen dat, ook al roep je het niet van de daken, het niet betekent dat er niets gebeurt. Dat we nog wel leven, ook al lijkt het voor de buitenwereld niet zo. Natuurlijk is het leuk om bijzondere dingen te delen, dat doe ik ook. Maar als ik niets uitzonderlijks te melden heb, deel ik niets. Toch is er ook nog zoiets als de gulden middenweg (al weet waarschijnlijk de helft van de kinderen onder de twaalf niet meer wat een gulden was). Als schrijven doe ik namelijk overal inspiratie op. Van het lezen van boeken tot de gesprekken op het schoolplein. Van het feesten in de kroeg tot een goed gesprek met een vriendin. Zelfs non-verbale communicatie van mensen in de supermarkt of op mijn werk kan me inspireren. En dat werk ik dan uit aan de keukentafel, op de bank of op mijn bed. Hoewel, op bed kom ik al snel in de verleiding om tóch die uurtjes slaap te pakken. Want inmiddels weet ik (en ook mijn gezin) dat ik geen leuker persoon word van weinig slaap (Maarten van Rossem is er niets bij).

Maar goed, even een update: op 23 februari heb ik de boekpresentatie van Hart van Smaragd gehad (die overigens heel gezellig was) en sindsdien ben ik aan het schrijven geslagen. De Ademdief 1 ligt nu bij proeflezers en dus ligt voor mij de weg vrij voor iets wat ik heel lang wil doen, maar waar ik nooit aan toe kwam: een feelgood/chicklit schrijven. Of zoals mijn man het zegt: ‘iets schrijven wat echt kán’.

Ik heb ‘Schrijven, Kreng’ van voor tot achter gelezen en ben ervan overtuigd dat ik het kan. En dat het al af is, maar dat ik het alleen nog maar ‘even’ hoef te schrijven. Dus Lisette, bedankt voor de tips en trucs. Ik ga aan de slag!

Dus ja, ik leef nog. In ons mooie nieuwe huis (want we zijn onlangs verhuisd), achter mijn oude, vertrouwde laptop. En die laptop? Die ligt dus overal. Op dit moment op de keukentafel. En dan ga ik nu schrijven. O nee, ik moet de kinderen ophalen. En de was opvouwen en de hamsterkooi verschonen en en en…

Hm. Misschien moet ik eerst beginnen met mijn spiegelbeeld te controleren op spinnenwebben. Je weet maar nooit.

Sneeuw in Nederland

Het sneeuwt in Nederland en als gevolg daarvan stond er afgelopen dinsdag 2300 kilometer file, een record. Voor zo’n klein kikkerlandje is dat toch aardig wat. Op het nieuws zag ik beelden voorbijschieten van ellenlange rijen auto’s en vrachtwagens,, mopperende mensen en vertraagde treinen en vluchten.

Mijn schrijversbrein slaat dan vrijwel meteen op hol. In gedachten zie ik een man van midden veertig in hippe kleren en met dito bril geïrriteerd naar huis bellen om zijn toch al achterdochtige vrouw en kinderen te vertellen dat het een heel stuk later wordt en hij dus niet thuis komt eten. Een sportief-uitziende zakenman van halverwege de twintig zit verwoed op zijn telefoon mailtjes en appjes te tikken om toch nog enige controle over de situatie te houden en om degenen die nog op kantoor zijn achtergebleven van instructies te voorzien. Een tachtigjarige vrouw die haar twee jaar oudere man per se naar de huisartsenpost wil rijden, omdat hij het zo benauwd heeft en hij een paar jaar eerder aan zijn hart is geopereerd. Zenuwachtig houden ze elkaars hand vast, terwijl ze allebei weten dat de vrouw al drie jaar nauwelijks meer gereden heeft. Een lesauto met daarin een tiener van net achttien die nog maar tien kilometer hoeft te rijden totdat ze thuis is en compleet in paniek raakt van de hoeveelheid sneeuw en chaos op de weg. Een gezin – vader, moeder en twee zoontjes van drie jaar – was van plan op bezoek te gaan bij opa en oma op de Veluwe, omdat je daar zo mooi kunt sleetje rijden. De jongetjes zijn stuiterballen door de combinatie van teveel snoep en verveling. Andere ouders zijn uitgestapt en beginnen midden op de snelweg een sneeuwbalgevecht. In mijn fantasie werkt dat aanstekelijk en krijgen ze bijval van de anderen. De midden-veertiger gooit een sneeuwbal naar de zakenman, die met zijn telefoon aan zijn oor uitstapt. Met een grijns stopt hij de telefoon terug in zijn zak en gooit een sneeuwbal terug naar de andere man, maar die bukt. Waardoor de tachtigjarige vrouw, die is uitgestapt uit nieuwsgierigheid, deze vol in haar gezicht krijgt. Haar man laat dat niet op zich zitten en werpt een voltreffer terug. Niet veel later raken ook de paniekerige tiener en het gezin verzeild in het sneeuwbalgevecht. De irritatie, de controledrang, de zenuwen en bezorgdheid, de paniek, de verveling… het verdwijnt allemaal als sneeuw voor de zon. Allemaal leven ze heel even in het moment.

Stiekem vraag ik me af of ik het zou kunnen: mijn irritatie in iets positiefs omzetten als ik vastzit in zo’n monsterfile. Want bij het idee alleen al krijg ik de bibbers. Uren in een koude, stille auto, omdat je brandstof en de accu moet sparen en de batterij op je telefoon zo vol mogelijk wilt houden. Misschien ben ik wel bang dat ik de hele nacht op de snelweg moet doorbrengen. Misschien raak ik wel onderkoeld en uitgedroogd, want ik heb nooit extra water of voedsel op voorraad in mijn auto. En misschien raak ik bij die gedachte wel in paniek, net zoals het achttienjarige meisje met rijles. Ik weet het niet, omdat ik gelukkig nog nooit in zo’n situatie heb gezeten. Ik keek het nieuws vanaf de bank in mijn warme huiskamer. Maar een ding weet ik wel zeker: mocht ik ooit in een file komen te staan als het sneeuwt en iemand gooit met sneeuwballen: dan stap ik uit. Ik waan mezelf dan Elsa uit Frozen en zing uit volle borst ‘Let it go’. En in mijn fantasie begint iedereen die sneeuwballen gooit, met me mee te zingen. ‘Het snelwegkoor’ worden we dan genoemd, en het jaar erop winnen we The Voice of Holland met een geweldige vertolking van dat nummer.

Of toch niet. Misschien beter van niet, als je bloedeigen kinderen al ‘stop hou op’ roepen wanneer je een poging doet om liedjes uit de Sound of Music te zingen en nog niet eens verder bent gekomen dan ‘do’ in ‘do re mi’.

Hoe dan ook, ik leef dus oprecht met al die mensen mee. Want het sneeuwt in Nederland en dan raakt alles en iedereen een beetje in de stress. Maar laten we niet vergeten hoe mooi het is. Die eerste krakende voetstappen in de witte, verse sneeuw. Die witte velden en besneeuwde boomtakken met lachende, sleetje rijdende kinderen. Hoe aantrekkelijk het is dat zelfs binnenkinderen de hele dag buiten willen spelen in de sneeuw. Hoe fijn het is om ’s avonds met gloeiende wangen onder een dekentje op de bank te liggen en een Netflix-serie te bingewatchen of een boek te lezen. Sneeuw zorgt niet alleen voor chaos. Sneeuw is magisch. Sneeuw is geweldig. Dus de volgende keer dat je om die reden in de file staat: je weet wat je moet doen!

Leeghoofd of leeg hoofd?

Een leeghoofd of een leeg hoofd: daar zit een wereld van verschil tussen. Eén spatie te veel of te weinig en je wordt totaal verkeerd begrepen. Een leeg hoofd betekent niet dat je een leeghoofd bent en als je een leeghoofd bent, betekent dat ook niet dat je hoofd leeg is. Volg je het nog?

De afgelopen maanden heeft het nogal gestormd in mijn hoofd. Ik wilde teveel. Nam teveel hooi op mijn vork (wat overigens een vreemde uitdrukking is voor iemand die al haar leven lang in een stad woont). Ik wilde namelijk én schrijven én lezen én aandacht aan mijn man en kinderen besteden én uitgaan met vriendinnen én fb-spelletjes spelen én series kijken én sporten én werken én het huishouden doen én… Het liefst alles in de twee ochtenden dat ik vrij ben of in het weekend. En dat gaat natuurlijk niet. Met als gevolg dat er chaos was. Véél chaos. Daar moest verandering in komen.

Half augustus gingen we naar Zuid-Frankrijk op vakantie en ik besloot twee weken afstand te nemen van alle dingen die onrust geven. Twee heerlijke weken lang heb ik alleen maar gelezen, gezwommen, op het strand liggen bakken, wijn gedronken en stokbrood met brie gegeten met mijn gezin. Geen druk, geen stress, geen huishouden, niet leven met de tijd. Ik kan oprecht zeggen dat ik opgeladen en met een leeg hoofd ben teruggekeerd. Al moet ik zeggen dat je na teveel heerlijke Franse wijn wel een beetje een leeghoofd wordt en het trappetje van de houten veranda dan best wel een uitdaging is. Maar dat is dus niet wat ik bedoel met een leeg hoofd.

Want dat lege hoofd bleek de perfecte voedingsbodem te zijn voor nieuwe verhaallijnen, plotontwikkelingen en dialogen tussen personages. Al een tijdje liep ik met ‘De Ademdief’ vast, maar nu staan de woorden zo snel op het scherm, dat ik mezelf nauwelijks kan bijhouden. Gisteren heb ik vierduizend woorden getypt en deed mijn mannelijke hoofdpersonage dingen waarvan ik nooit had gedacht dat hij het ooit zou doen. Zo zie je maar weer: soms bepalen je personages het verhaal. Dat klinkt misschien raar, maar het is echt zo. Ze leiden een eigen leven, met eigen problemen en dilemma’s en onzekerheden. Ze leven in mijn hoofd en kijken mee in mijn leven, zoals ik in dat van hen.

Maar dat betekent ook dat mijn hoofd niet meer leeg is. En dat is helemaal niet erg, zolang ze er maar geen chaos van maken. Schrijven zorgt juist voor ontspanning, maar dan moet je er niet honderdduizend dingen naast willen doen. De oplossing is eigenlijk heel simpel: plannen. Dus dat doe ik nu. Alleen… dan moet ik me wel aan die planning houden.

En… ik ben tot een geweldige conclusie gekomen. Zodra ik vastzit in een verhaal, moet ik gewoon weer op vakantie. Het is alleen zo jammer dat mijn ziektekostenverzekering dat niet vergoedt…

En als dat niet werkt, kan ik altijd nog een avondje de leeghoofd uit gaan hangen. Wijn drinken en meezingen met hits uit de jaren 90, en dansen op Mambo Nr. 5. Zoiets. Wedden dat je daar een leeg hoofd van krijgt?

 

En de winnaar is…

Ergens eind april zat ik heerlijk relaxed met een kopje koffie wat op mijn laptop te scrollen toen mijn oog plotseling viel op de fijne foute zomer schrijfwedstrijd van het tijdschrift &C. Oftewel: het maandblad van Chantal Janzen. Het was de bedoeling dat je een zwoel zomerverhaal schreef van maximaal 3000 woorden.

Eerst dacht ik: yeah right, leuk voor anderen. Ik schrijf immers Young Adult-verhalen, het liefst met een fantasy of bovennatuurlijk tintje. Maar toen dacht ik: waarom niet? En meteen daarna: dat durf ik never nooit niet. 

Uiteindelijk besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en heb ik een personage met bijbehorende hot summerlove bedacht. Ik heb het een paar goede vriendinnen, een collega en mijn zusje laten lezen, en na enkele aanpassingen – en een fles wijn – was ik moedig genoeg het op te sturen. Want poeh… een 18+ verhaal schrijven is toch heel andere koek dan schrijven over tieners die voor het eerst verliefd worden. Stel je voor dat iedereen het gaat lezen. Op mijn werk, bij de kapper, de juf van mijn kinderen…

Maar ik besloot dat ik het risico maar moest nemen. Tuurlijk is het eng, want mensen gaan zich toch afvragen of er dingen van jezelf in verwerkt zijn. Dingen die je normaal toch best privé houdt, zeg maar.

En toen, op 1 juni, kreeg ik een mailtje waarin stond: “Maar… we hebben heel goed nieuws voor je, want uit alle aanmeldingen is jouw verhaal gekozen. Feest, ballonnen, slingers, champagne: WHOE-HOE!!!”

Ik heb geloof ik eerst een paar minuten als een idioot met open mond naar het scherm van mijn telefoon gekeken. Toen heb ik heel hard gejuicht en vervolgens dacht ik: holy shit, wat nu?

Nou, nu wordt mijn verhaal samen met dat van negen andere auteurs gebundeld in een zwoele zomer pocket, verkrijgbaar bij &C nummer acht, die vanaf 11 juli a.s. in de winkels ligt. En dat is natuurlijk supertof! Want hoe vaak gebeurt zoiets?

Dus als je mijn verhaal, dat overigens La Dolce Vita heet, ziet liggen bij de kapper, tandarts, in de boekhandel of bij je buurvrouw: bedenk dan alsjeblieft het volgende: It wasn’t me!

Boekpresentatie Hart van Glas

Op 10 februari 2018 was het dan eindelijk zover: de boekpresentatie van Hart van Glas bij boekhandel Westerhof in Zwolle! Hier had ik al jaren van gedroomd, zelfs al voordat ik als self-pubber mijn verhaal de wereld in slingerde.

De week voorafgaand aan de presentatie was ik niet bepaald de rustgevende factor in huis. Integendeel: ik leek qua gedrag op een kruising van een stuiterbal en een intercitytrein. Het droeg niet erg bij aan een relaxte sfeer in huis. Tel daarbij op dat ik niet veel door mijn keel kon krijgen (wat op zich weer een gunstig effect had die avond) én nauwelijks in slaap kon vallen door die aanhoudende storm in mijn hoofd… Juist. Zo zag ik eruit die week. Als een tornado tussen bérgen was, strijkgoed, broodkruimels en volle prullenbakken. 

Maar toen kwam DE avond en ging alles juist heel goed! Alle zenuwen waren plotseling weg toen ik al die lieve mensen zag die de moeite hadden genomen naar de boekpresentatie te komen. Wonder boven wonder kwamen de woorden zonder haperen mijn strot uit!

Na mijn ‘praatje’ was het de beurt aan Sarah Dalton, via Facebook-Live-Chat (of zoiets), en aan Olga Hoekstra, die iets vertelde over het vertalen van ‘Onzuiver’. Heel interessant om te horen hoe zoiets in zijn werk gaat. Daarna was het tijd om de boeken te signeren en dat was geweldig om te doen! Ik heb onwijs genoten van alle dingen die bij zo’n avond horen, én ik heb bloemen en cadeautjes gekregen (de bloemen staan nog steeds – ik weiger ze weg te doen, ook al zijn ze niet meer zo mooi als eerst). 

Nu, een week later, is de rust grotendeels teruggekeerd en is de hysterie naar de achtergrond verdwenen. Maar het blijft natuurlijk spannend: hoeveel boeken zullen er worden verkocht? Wat gaan ‘ze’ ervan vinden? Het voelt nog steeds raar om anderen over mijn boek te horen praten, of te lezen wat ze ervan vonden. Maar ook dat went. 

Nu kan ik zeggen: ik wil nog een keer! Komt dat even goed uit! Er is nog een deel twee: Hart van Vuur. En een deel drie: Hart van Smaragd.

Jullie zijn nog lang niet van me af. Niet zolang ik blijf schrijven en de droom die ik als (klein)  meisje had probeer waar te maken. Want het is echt waar: soms komen dromen uit.

Proloog Hart van Glas

Met een schreeuw klemde ik mijn handen om het dak van de auto en tilde hem op. Zolang de auto op zijn kop lag kon ik niet bij papa komen, en ik moest bij papa komen. Ik moest hem redden. Mama en Iris waren al veilig. Nu papa nog.

Met een klap stuiterde de auto terug op zijn wielen. Sneeuw stoof omhoog, en er rolde een wiel in de richting van de boom die we hadden geraakt. In de verte klonken sirenes en was een blauwe gloed van dichterbij komende zwaailichten te zien. Mama zat op haar knieën in het besneeuwde gras voor het roze autostoeltje van Iris en probeerde haar wakker te krijgen, maar het lukte niet. Mama zag er heel raar uit met dat grote stuk glas in haar voorhoofd.

Ik rende naar papa’s kant, maar toen zag ik de vlammen. En de rook. Waar kwam al die zwarte rook opeens vandaan?

‘Mama!’ gilde ik. ‘Papa zit nog in de auto!’

Mama keek angstig op en keek besluiteloos van de auto naar Iris, en weer terug naar de auto.

In paniek rukte ik papa’s deur eruit. De rook prikte in mijn ogen en het stonk vreselijk, maar ik moest papa redden. De vlammen likten inmiddels brullend aan de stoel waarop ik vanavond nog had zitten ruziemaken met Iris. Het lawaai deed pijn aan mijn oren. En het ging zo snel…

‘Papa!’ riep ik. ‘Waar zit je vast? Ik maak je los!’

Ik kreeg geen antwoord. Achter me hoorde ik mama wanhopig huilend roepen: ‘Hestia! Nee! Ga weg daar! De auto kan elk moment ontploffen!’ Maar ik ging niet weg. Ik ging papa redden. Ik tilde het deel van de auto waar het stuur aan vastzat omhoog, zodat ik papa’s benen kon zien. Tenminste, dat dacht ik. Er was alleen maar bloed. Heel veel bloed. Waar waren zijn benen nou gebleven?

Op dat moment deed papa zijn ogen open. Hij glimlachte naar mij, maar meteen daarna zag hij de vlammen. ‘Hestia,’ zei hij zachtjes. ‘Hestia, ga hier weg. Snel!’

‘Nee, papa, ik kom je redden!’

Hij deed zijn ogen heel even dicht en zuchtte diep. ‘Je kunt mij niet meer redden, meisje.’

‘Maar als je hier blijft, ga je verbranden!’ Ik voelde tranen over mijn wangen rollen.

Met veel moeite tilde hij zijn hand op en streelde mijn gezicht. ‘Lief, sterk en dapper meisje van me, zorg alsjeblieft goed voor mama en Iris. Ik hou zo veel van jullie! Wil je dat tegen ze zeggen? Maar jij moet nu terug naar mama en ervoor zorgen dat jullie veilig zijn, begrijp je dat?’

Ik schudde mijn hoofd wild heen en weer. ‘Nee, niet zonder jou, papa!’

‘Hestia! Kom terug!’ hoorde ik mama roepen. ‘Kom terug!’

‘Je moet. Toe, alsjeblieft. Ga,’ fluisterde papa.

‘Nee, papa!’ Ik wilde hem meenemen, maar ik zag zijn benen niet, ik wilde…

‘Het is goed, meisje. Echt. Het is goed…’ En toen vielen zijn ogen dicht.

Het was helemaal niet goed! Radeloos keek ik om me heen en zag dat het vuur aan zijn stoel begonnen was. ‘Nee, papa! Ik had niet met die stomme pop moeten gooien! Ik had niet…’

Maar papa antwoordde niet meer en hield zijn ogen gesloten.

Plotseling voelde het alsof er iets zwaars op mijn schouders lag, en op mijn borst. Het probeerde me omlaag te duwen, naar de grond. ‘Papa…’ Mijn stem was schor van het schreeuwen en gillen en de rook die ik had ingeademd. ‘Het spijt me, papa. Ik hou van je. Ik zal je nooit vergeten.’ Meer dan fluisteren kon ik niet. Ik aaide hem voor de laatste keer over zijn wang, zoals ik iedere avond deed voordat ik naar bed ging.

Toen rende ik hard terug naar mama en pakte haar bij de hand. Ik greep met mijn andere hand het stoeltje met mijn slapende zusje en nam ze mee, verder weg van de brandende auto. Net op tijd, want plotseling klonk er een harde knal en was er geen auto meer. Alleen maar felgele en oranje vlammen.

‘Nee! Pieter!’ riep mama huilend, terwijl ze met een hand probeerde om Iris wakker te schudden. Ik kneep in mama’s hand, die ik nog steeds vasthield.

‘Ik kon papa niet redden, mama. Het was te laat. Het vuur…’ Er zat opeens iets in mijn keel waardoor ik niet meer kon praten en ik kon het niet wegslikken. Mama trok mijn hoofd stevig tegen zich aan, terwijl ik haar tranen op mijn haar voelde vallen. ‘Papa houdt van ons, mama. Dat moest ik van hem zeggen.’ Mama huilde nog harder, liet me los en zakte op de grond. Ze legde haar hoofd op Iris’ schoot en haar lichaam begon te schokken en te beven. Ze merkte niet eens dat haar kleren vies werden.

De brandweer en ambulance kwamen met gillende sirenes naar ons toe rijden. Met grote ogen zag ik dat een ambulancedokter Iris probeerde wakker te krijgen. De brandweer begon met grote stralen water en schuim het vuur te blussen. Maar voor papa zou het te laat zijn. Papa was dood en het was allemaal mijn schuld.

En toen begon ik zo hard te huilen, dat ik bijna geen adem meer kon halen.

Boekpresentatie Hart van Glas bij Westerhof in Zwolle op 10 februari 2018

10 februari is het zover! Dan presenteer ik bij Boekhandel Westerhof mijn debuut ‘Hart van Glas’, het eerste deel van de GAIA-trilogie! Spannend natuurlijk, maar vooral ontzettend leuk. Ik ben zo benieuwd of jullie net zo van Hester en Siem gaan genieten als ik nog steeds doe, zelfs na tig leesrondes.

Maar ik doe het niet alleen. Ook ‘Onzuiver’, geschreven door Sarah Dalton en vertaald door Olga Hoekstra zal worden gepresenteerd. Daarnaast zal Jen Minkman van Dutch Venture Publishing een workshop geven over hoe je een begin maakt met het schrijven van een boek.

Redenen genoeg dus om gezellig langs te komen! Dus neem al je vrienden/vriendinnen/familie mee en heet samen met mij Hester en Siem welkom in de echte wereld! Ik kijk ernaar uit!

Liefs en hopelijk tot 10 februari,
Miranda

Afleiding

Het was vrijdagochtend, de laatste dag voor de kerstvakantie. De kinderen waren naar school en ik zat gewapend met koffie achter mijn laptop. Ik had bedacht dat ik deze ochtend alleen eens even goed zou benutten. Ik wilde een kort verhaal herschrijven en de opmerkingen van proeflezers voor Hart van Smaragd verwerken. Dat lijkt op zich niet zo moeilijk. Gewoon gaan zitten en gaan met die banaan. Maar toch.

Mijn telefoon lag naast me, geluidloos, zodat ik niet steeds afgeleid zou worden door piepende berichtjes. Maar ik had net zo goed het geluid aan kunnen zetten, want nu checkte ik om de haverklap óf er überhaupt appjes, facebookberichten of mailtjes waren. Best irritant eigenlijk, want meestal is er helemaal geen nieuws. Of niet in die mate dat het interessant genoeg is om het meteen te lezen. De meeste dingen kunnen echt wel even wachten.

En toch bewoog mijn arm automatisch steeds opnieuw in de richting van mijn telefoon, bang om iets te missen. Waarom doe ik dat toch steeds? Waarom is die drang zo groot dat het me afleidt van dingen die echt belangrijk zijn? Zoals oprecht luisteren naar je kinderen, gezellig ononderbroken een film kijken met je partner, keer op keer in een pretparkattractie gaan en lachen tot je niet meer kunt, in één ruk een boek uitlezen of juist muziek luisteren en er volledig in opgaan? Om over boeken schrijven nog maar niet te spreken.

Een tijdje terug waren we een weekend weg. Eenmaal in het vakantiehuisje aangekomen kwam ik tot de ontdekking dat ik mijn oplader was vergeten, én dat mijn batterij bijna leeg was. Paniek in de tent! Want hoe moest ik nou het weekend doorkomen?

Uiteindelijk bleek ik me voor niets zorgen te hebben gemaakt. Het was verrassend rustig in mijn hoofd nu die eeuwige drang weg was. In plaats van aan een tafeltje in een koffietent mijn telefoon te checken, werd ik me opeens heel erg bewust van de wereld om me heen. De gesprekken die mensen – vaak veel te hard – met elkaar voerden bleken enorm interessant, en inspiratie voor de boeken die ik zo graag schrijf. Waarom deed ik dat niet vaker?

Het antwoord is simpel: omdat ik het nodig heb. Social media zijn nodig om mezelf en mijn boeken te promoten, maar ook om vrienden van vroeger opnieuw in mijn leven toe te laten. Ik ben gaan tennissen met iemand waar ik op zestienjarige leeftijd vriendinnen mee was, en het klikt nog steeds! Een andere vriendin woont inmiddels in Brussel, en het meeste contact loopt via What’s App, en we bellen af en toe. Wel een uur lang. Het is fijn om haar stem te horen, om samen te lachen, want sommige dingen kun je niet met een emoji beschrijven.

En oké, toegegeven, mijn telefoongedrag was niet zo buitensporig dat ik de hele dag met mijn neus tegen het scherm zat gedrukt, of dat mijn familie en vrienden zich er aan ergerden. Maar het zat me zélf in de weg. Ík vond dat het anders moest, omdat ik er onrustig van word. Ik wil schrijven met mijn koptelefoon op, zonder afleiding, in welke vorm dan ook. Gisteravond heb ik mijn telefoon op het aanrecht gelegd en heb ik in drie uur tijd een boek uitgelezen. Het laadde me op, als een batterij dat op een laag pitje staat en een nieuwe boost krijgt. Natuurlijk hielp het ook dat het boek een emotionele rollercoaster bleek, en dat ik volledig in het verhaal gezogen werd.

Het boek heet Finding it, van Cora McCormack, en het was één van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen.

Op 14 februari 2018 wordt Hart van Glas gelanceerd, en ik zal de social media hard nodig hebben, dat weet ik heel goed. En dat is ook niet zo erg. Het gaat om de balans, zoals zoveel dingen in het leven. Dus als ik lees, schrijf, een film kijk of dingen doe die echt belangrijk zijn, die echt tellen, dan leg ik mijn telefoon aan de kant. Met het geluid uit. Dat is mijn goede voornemen voor het volgende jaar. I found it. Denk ik. Hoop ik. Maar het is een begin, zoals er voor alles een begin moet zijn.

Dit stukje heb ik getypt, terwijl mijn jongste dochter spelletjes speelt op mijn telefoon. En guess what? Ik heb het ding niet eens gemist!

‘Mama, kijk eens!’ roept ze vanaf de andere kant van de kamer. ‘Ik heb mijn eigen record verbroken!’ Ik glimlach en klap mijn laptop dicht. Het is tijd om samen iets leuks te doen.

Decemberkriebels

Vroeger dacht ik altijd dat er twee soorten mensen waren: het soort dat van de gezelligheid van december houdt, dat vlak na (of zelfs nog voor) Sinterklaas de kerstversiering van zolder haalt, al in november meezingt met kerstliedjes op Skyradio (jazeker, vanaf half november is die radiozender al omgetoverd tot Christmas Station) en plannen maakt voor het kerstdiner.

Maar je hebt ook het soort dat het liefst de hele maand in winterslaap gaat en in januari wakker wordt (of nog beter: in de lente).

Vroeger behoorde ik steevast tot categorie één. Als kind kon ik niet wachten tot het pakjesavond was, of tot het eindelijk tijd was voor het kerstdiner op school. ’s Avonds naar school, dat bestempelde ik altijd als iets magisch. Iedereen in zijn of haar mooiste kleren én later naar bed dan normaal. Ik vond het heerlijk om thuis naar de kerstboom te staren en in gedachten de hoofdrol te spelen in mijn zelfgeschreven kerstverhaal. Ik vond het heerlijk om op kerstochtend uit bed te stappen, met kerststol te ontbijten (dat deden we vroeger echt alleen maar met kerst) en een kerstpuzzel te maken. Laat in de middag werd er gedineerd met opa en oma, keken we een kerstfilm (of twee, of drie) en speelden we zelf kerstliedjes (mijn vader op gitaar, mijn zusje op blokfluit, ik op de piano, en mijn moeder zong). En Oud & Nieuw? Dat was vooral heel hard lachen, vuurwerk afsteken (hoewel ik dat zelf nooit durfde, angsthaas dat ik was) en vooral heel lang opblijven.

Toen ik ouder werd, gingen we lootjes trekken met Sinterklaas, ging ik stappen op Tweede Kerstdag, en werd Oud & Nieuw een verplicht nummer dat ik moest uitzitten voor ik naar Het Nieuwjaarsfeest kon gaan in de plaatselijke discotheek. Nog steeds was december magisch, en de sfeer tijdens het stappen was nét even anders dan in de rest van het jaar. Fijner. Gezelliger. Magischer. Soms had ik het gevoel dat ik een fee was dat met mijn toverstokje al mijn wensen kon laten uitkomen. Hoe groot was de desillusie dan ook toen ik doorkreeg dat het niet zo werkte in de wereld (zoals toen ik met mijn denkbeeldige stokje zwaaide en probeerde die ene jongen naar me toe te trekken, en wat niet lukte).

Daarna verdrong ik de decembermagie steeds meer naar de achtergrond. Ik ging op kamers wonen in Breda, een geweldige stad waar ik superleuke mensen heb ontmoet. Thuis deden we nog steeds aan Sinterklaas en we vierden nog steeds kerst, maar Oud & Nieuw werd het nieuwe hoogtepunt van het jaar. Soms ben ik letterlijk het nieuwe jaar in gevallen. We lachten erom, want we hadden geen zorgen en nauwelijks verplichtingen. Hoewel ik regelmatig mijn boodschappen heb moeten laten staan bij de Aldi, omdat mijn studiefinanciering niet binnen was (en ik ’s avonds kale spaghetti met plakjes kaas at), maar dat terzijde. Dat mocht de pret niet drukken.

Na mijn studie waren de enige kriebels die ik in december kreeg, de zenuwen in mijn buik of ik mijn werk wel goed had gedaan. Een paar dagen feest, een kerstboom in huis en dat was alles. Skyradio vermeed ik, en ik keek geen enkele kerstfilm.

En nu? Nu weet ik niet meer tot welke categorie ik hoor. Er lopen twee kinderen rond van zeven en negen jaar oud. De oudste moet surprises maken voor school én volleybal (en als ik iets niet kan en niet leuk vind, dan is het knutselen), er moeten gedichten worden gemaakt en inkopen worden gedaan voor De Zak met Pakjes. Daarnaast gaat het gewone leven ook door. Werk, sport en schrijven wisselen elkaar af. De kinderen moeten naar sport en muziekles, en opgehaald worden bij vriendinnetjes. Soms voel ik me net een taxichauffeur. Zij vragen, ik rijd of fiets. Zoiets. En tussendoor moet het huis ook nog in kerststemming worden gebracht, want hé dat is zo gezellig. Dus ieder jaar voelde ik in december vooral spanning en lag ik geregeld in een spagaat om alle ballen in de lucht te houden.

Maar dit jaar is de magie terug. Het begin was even spannend (want o jee, krijgen we de surprises wel op tijd af?), maar nu is het super relaxed. De kinderen zetten de kunstboom op en versieren hem. Ze knutselen hun eigen kersthuisje. Ik drapeer de guirlandes over de kasten en zet lichtjes op de piano. Ik steek kaarsjes aan. Et voila! Het huis is klaar voor kerst.

En Koning Winter werkt ook mee, want het gaat vandaag sneeuwen. Als het goed is, valt er zo’n tien centimeter en kunnen we sleetje rijden of sneeuwengeltjes maken. Kinderen hebben heeft als voordeel dat je je zelf ook weer een beetje kind mag voelen. Je kunt dingen doen die je jarenlang niet hebt gedaan, en er nog van genieten ook. Eigenlijk moeten we gewoon alles loslaten en stilstaan bij hoe kinderen december beleven. Hoe ik zélf vroeger december beleefde.  Ik ga sneeuwengeltjes maken, sneeuwpoppen bouwen en op de slee van de heuvel af glijden. En ik ga gillen en lachen en warme chocolademelk drinken als we thuiskomen. We gaan een kerstfilm kijken, kerstpuzzels maken en kerstliedjes spelen (want oudste dochter speelt piano en manlief speelt gitaar).

Ik ben er inmiddels achter dat er niet slechts twee soorten mensen zijn wat december betreft. Soms zijn er dagen dat ik het liefst in winterslaap wil, maar op de meeste dagen vind ik het gezellig en knus. En soms… als ’s avonds de kerstboom en de kaarsjes aan zijn, ik me met een mok thee en fluffy huissokken op de bank heb genesteld met een boek en Bing Cosby’s White Christmas hoor, voel ik het. De decemberkriebels. De magie. Het is er dus nog, achter een deur die op een kiertje staat. Ik weet niet meer precies wanneer ik die deur heb dichtgegooid, maar ik ga hem weer helemaal openen. Ik pak mijn toverstokje terug en zwaai ermee om mijn wensen te laten uitkomen. Ik wens dat het gaat sneeuwen. En wat gebeurt er vandaag? Juist. Het sneeuwt. Let it snow, let it snow, let it snow.  December, bring it on!

 

Hart van Glas

Begin 2014 ontstond het allereerste idee voor een boek over een droomjongen, nadat ik me gerealiseerd had dat ik wilde gaan schrijven in het YA-genre. Marco Borsato’s ‘Dromen zijn bedrog’ was op de radio. Ik had net een film gezien over de mogelijkheden van ons brein. Dat alles bij elkaar zorgde voor mijn eerste woorden op papier. Letterlijk, met pen en een notitieblok. In een overdekt kinderspeelparadijs.

Het idee werd groter en groter, tot het uiteindelijk transformeerde in een verhaal waarin niet alleen de romance belangrijk is, maar waarin ook actie, bovennatuurlijke elementen en drama verweven is. Een combinatie naar mijn hart, want juist die elementen spreken mij aan in andere boeken, series en films. Toen ik eenmaal bezig was, keek ik plots anders naar andere boeken en televisie. Ik begon monologen en dialogen te analyseren, ik deed ideeën op over personageontwikkelingen, keek hoe emoties geuit werden, en hoe mensen op elkaar reageerden. Dingen die me raakten, stopte ik in mijn boek, maar dan op mijn eigen manier. Ik probeerde de gevoelens van Hester zo neer te pennen, dat het de lezer iets zou doen. Ik heb letterlijk jankend achter mijn laptop gezeten, omdat alles zich als een film voor mijn ogen afspeelde. Om drie uur ’s nachts, toen alles al donker was en het de vorige keer toen ik op de klok keek nog maar tien uur ’s avonds was.

Muziek speelt daarbij een belangrijke rol. Met mijn koptelefoon op, helemaal afgesloten van de buitenwereld, waande ik mezelf Hester (ook al kan ik alleen maar dromen van haar kracht). Ik vond voor iedere emotie een liedje dat daarbij paste, variërend van luchtige popmuziek tot ultrazwijmelmateriaal (ik heb Christina Perri’s ‘Jar of Hearts’ en ‘Human’ he-le-maal grijsgedraaid tijdens de zielige scènes). Ook Coldplay, Ed Sheeran, John Mayer, The Lumineers en The Common Linnets kregen een plekje in mijn playlist. Gek eigenlijk hoe sommige nummers je verdrietig of ontroerd kunnen maken, terwijl je van te voren nog zo vrolijk was. En andersom.

 

 

En nu, na meer dan drie jaar, zien Hester en Siem officieel het levenslicht. In februari verschijnt het boek bij Dutch Venture Publishing, de uitgeverij die met veel enthousiasme mijn boeken onder haar vleugels heeft genomen. En daardoor heb ik ook vleugels gekregen. Het geef mij de kans om nog verder weg te vliegen, naar gebieden in mijn fantasiewereld die nog onaangeroerd zijn. Want ik heb nog zoveel te vertellen! Er zijn nog zoveel verhalen niet met de rest van de wereld gedeeld!

Ik hoop dat jullie Siem en Hester in jullie armen en harten zullen sluiten. Dat jullie onderdeel worden van hun leven, hun wereld. Dat jullie bij ze blijven tot het eind. Want ze zullen jullie steun hard nodig hebben…

H & S

4 EVER

Liefs, Miranda