Hallo! Leef je nog?

Het is een vraag die veel gebruikt wordt, in een poging grappig te zijn/ een statement te maken/ iets te benadrukken. Vooral als het onderwerp in kwestie een tijdje onder een steen heeft gelegen. Of in deze tijd: vierentwintig uur lang niet op zijn telefoon heeft gekeken, al een week niets gepost heeft op social media en stille meldingen voor groepsapps heeft ingeschakeld. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het te druk was op het werk, met de kinderen, of dat diegene er wilde zijn voor een vriend(in) die troost nodig had.

Hoe dan ook, het is ondoenlijk om iedere seconde van ieder uur van iedere dag iedereen op de hoogte te houden van je drukke leventje. Tenzij je natuurlijk knotsgekke, thrillseeking, supergave dingen doet als bungeejumpen, met dolfijnen zwemmen of met een broodmes een grizzlybeer verjagen in de bossen van de Canadian Rockies. De meesten van ons doen echter minder gedenkwaardige dingen, zoals boodschappen doen, de kinderen naar school brengen, het huis opruimen, naar je werk gaan, enzovoort.

Maar stel je eens voor dat je die boodschappen doet en in de supermarkt tot de ontdekking komt dat je nepwimpers op je wangen hangen, je tampon uitzakt of je portemonnee bent vergeten op het moment dat je héle kar vol ligt met ingrediënten voor het etentje dat je die avond voor vrienden geeft.

Stel je eens voor dat je snel je joggingbroek aanschiet, je bril opzet en met mascaravlekken onder je ogen in de auto springt om je kinderen naar school te brengen omdat het keihard waait en regent. En dat je dan nét als je ze afzet, de blik vangt van die leuke alleenstaande vader/hotte leraar/charmante buurman.

Stel je voor dat je je huis opruimt en met spinnenwebben in je haren de deur opendoet voor de postbode. Oké, oké, voordat je haar bezaaid raakt met spinnenwebben moet je het wel heel erg bont hebben gemaakt in huis, maar goed.

Of stel je dan voor dat je naar je werk gaat met een gat in je panty. Je besluit de trap in plaats van de lift te nemen en verkijkt je op de treehoogte. Waardoor je met je scheenbeen pijnlijk langs de rand schuurt. Au.

Of er gebeurt juist iets leuks, dat kan ook. Er is een medewerker jarig en de hele supermarkt zingt ‘Lang zal ze leven’ en ze geven gratis mini-chocolonely’s weg. Die leuke vader/leraar/buurman ziet de rugtas van je kind nog achterin de auto liggen en glimlacht naar je terwijl hij achter je kind aanrent zodat hij/zij alsnog zijn broodje kan eten ’s middags. De postbode die opeens een zus blijkt te hebben die voor een prikkie je huis wil schoonmaken, wekelijks. Je baas die je pijnlijke been opmerkt en je de rest van de dag vrij geeft om ‘bij te komen’ omdat het toch niet druk is.

Maar wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? Nou, ik wil dus zeggen dat, ook al roep je het niet van de daken, het niet betekent dat er niets gebeurt. Dat we nog wel leven, ook al lijkt het voor de buitenwereld niet zo. Natuurlijk is het leuk om bijzondere dingen te delen, dat doe ik ook. Maar als ik niets uitzonderlijks te melden heb, deel ik niets. Toch is er ook nog zoiets als de gulden middenweg (al weet waarschijnlijk de helft van de kinderen onder de twaalf niet meer wat een gulden was). Als schrijven doe ik namelijk overal inspiratie op. Van het lezen van boeken tot de gesprekken op het schoolplein. Van het feesten in de kroeg tot een goed gesprek met een vriendin. Zelfs non-verbale communicatie van mensen in de supermarkt of op mijn werk kan me inspireren. En dat werk ik dan uit aan de keukentafel, op de bank of op mijn bed. Hoewel, op bed kom ik al snel in de verleiding om tóch die uurtjes slaap te pakken. Want inmiddels weet ik (en ook mijn gezin) dat ik geen leuker persoon word van weinig slaap (Maarten van Rossem is er niets bij).

Maar goed, even een update: op 23 februari heb ik de boekpresentatie van Hart van Smaragd gehad (die overigens heel gezellig was) en sindsdien ben ik aan het schrijven geslagen. De Ademdief 1 ligt nu bij proeflezers en dus ligt voor mij de weg vrij voor iets wat ik heel lang wil doen, maar waar ik nooit aan toe kwam: een feelgood/chicklit schrijven. Of zoals mijn man het zegt: ‘iets schrijven wat echt kán’.

Ik heb ‘Schrijven, Kreng’ van voor tot achter gelezen en ben ervan overtuigd dat ik het kan. En dat het al af is, maar dat ik het alleen nog maar ‘even’ hoef te schrijven. Dus Lisette, bedankt voor de tips en trucs. Ik ga aan de slag!

Dus ja, ik leef nog. In ons mooie nieuwe huis (want we zijn onlangs verhuisd), achter mijn oude, vertrouwde laptop. En die laptop? Die ligt dus overal. Op dit moment op de keukentafel. En dan ga ik nu schrijven. O nee, ik moet de kinderen ophalen. En de was opvouwen en de hamsterkooi verschonen en en en…

Hm. Misschien moet ik eerst beginnen met mijn spiegelbeeld te controleren op spinnenwebben. Je weet maar nooit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *